Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
SPRAAKKUNST, 103
Onbep, wijs. Onvolm. verl. tijd. Verl. deelw.
"Bive, splijten. rived, spleet, riven, gespleten.
"Run, loopen. ran, liep. run, geloopen.
Sav), zagen, sawed, zaagde. sawn , gezaagd , r.
Say, zeggen. said, zeide, said, gezegd.
See, zien. saw, zag. seen, gezien.
SeeJc, zoeken. sought, zocht, sought, gezocht.
Sell, verkoopen. sold, verkocht', sold, verkocht.
Send, zenden. sen.t, zond. sent, gezonden.
Set, zetten , set, zette, set, gezet.
Shake, schudden, shook, schudde. shaken, geschud.
Shave, scheren, shaved, schoor. shaven, geschoren, r.
Shear, scheren, sheared, schoor. shorn*), geschoren.
Shed, storten. shed, stortte. shed, gestort.
Shine, schijnen, shone, scheen, r. shone, geschenen , r.
Shoe, beslaan. shod, besloeg. shod, beslagen.
Shoot, schieten,' shot, schoot. shot, geschoten.
Show, toonen, showed, toonde, shown, getoond.
Shred, hakken, snip- shred, hakte, shred, gehakt.
peren ,
Shrink, inkrimpen, shrunk, kromp ia, shrunk, ingekrompen.
Shut, sluiten. shut, sloot, shut, gesloten.
Sing, zingen, sang, sung, zong. sung , gezongen.
Sink, zinken, sank, sunk, zonk, sunk, gezonken.
Sit, zitten. sat, zat. sat, gezeten.
Slay, dooden. slew, doodde, slain, gedood.
Sleep, slapen , slept, sliep. slept, geslapen.
Slide, glijden, slid, gleed, slidden, gegleden.
Sling, slingeren, slung, slingerde. slung, geslingerd.
Slink, sluipen , slunk , sloop, slunk, geslopen.
Slit, scheuren. slit, scheurde, r. slit, slitted, gescheurd.
Smite, treffen, slaan, smote, trof. smitten, getroffen.
Sow, zaaijen. sowed, zaaide. sown, gezaaid, r.
Speak, spreken, spoke, sprak, spoken, gesproken.
Speed, haasten, sped, haastte. sped, gehaast, r.
Spend, verteren, spent, verteerde. spent , verteerd.
Spill, storten. spilt, stortte , r. spilt, gestort, r.
( ^
*) Schapen scheren.