Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
102 ENGELSCHE
Onbepaalde wgs. Onvolm. verl, tijd. Verl, deelw.
Grind, malen. ground, maalde. ground, gemalen.
Grow, groeijen. grew , groeide, grown, gegroeid.
Hang, hangen. hung, hiog, r. hung *), gehangen, r.
Have, hebben, had, had, had, gehad.
Hear, hooren, heard, hoorde. heard, gehoord.
Hew, snijden, hewed, sneed, hewn , gesneden , r.
Hide, verbergen. hid, verborg, hidden, hid, verbor-
gen.
Hit, slaan. Ut, sloeg, hit, geslagen.
Hold, honden, held, hield , held , gehouden.
Hurt, bezeeren. hurt, bezeerde, hurt, bezeerd.
Keep, houden, kept, hield, kept, gehouden.
Xnit, breiden, knit, breidde, r. knit, gebreid, r.
Know, weten, knew, wist, known, geweten.
Lade, laden, laded, laadde, laden, geladen.
Lay, liggen. laid, lag. laid, gelegen.
Lead, geleiden, led, geleidde. led, geleid.
Leave, verlaten, left, verliet, left, veriaten.
Lend, leenen , lent, leende. lent, geleend.
Let, laten , let, liet. let, gelaten.
Lie, liggen. /ay, lag. lain, gelegen.
Load, beladen , loaded, belaadde. laden, beladen, r.
Lose, verliezen, lost, verloor. lost, verloren.
Make, maken , made, maakte. made, gemaakt.
Meet, ontmoeten, met, ontmoette. met, ontmoet.
Mow, maaijen, mowed, maaide, mown, gemaaid, r.
Fay, betalen, paid, betaalde, paid, betaald.
Put, leggen. put, legde, put, gelegd.
"Read, lezen, read, las , read f) , gelezen.
Rend, verscheuren, rent, verscheurde, rent, verscheurd.
Rid, bevrijden, rid, bevrijdde. rid, bevrijd.
Ride, rijden. rode, reed. rode, ridden, gereden.
Ring, luiden. rang, rung, luidde, rung, geluid.
Rise, opstaan, rose, stond op. risen, opgestaan.
*) Als men van misdadigers spreekt, zegt men hanged.
t) Wordt uitgesproken: ried, — red, — red.
ü