Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
98.
ENGELSCHE
First future tense.
It win rain,
It will not rain,
7Pill it rain ?
Will it not rain ?
Second future tense''.
It will have rained.
It will not have rained.
Will it have rained?
Will it not have rained?
Eerste toekomende tijd.
Het zal regenen.
Het zal niet regenen:
Zal het regenen?
Zal het niet regenen?
Tweede toekomende tijd.
Het zal geregend hebben.
Het zal niet geregend hebben.
Zal het geregend hebben?
Zal het niet geregend hebben?

imperative mood.
Let it rain,
Lei it not raint
potential mood.
Present tense,
It may or can rain,
It may or can not rain,
May or can it rain?
May or can it not rain?
Imperfect tense.
gebiedende -wijs.
Laat het regenen.
Laat het niet regenen,
vermogende wijs.
Tegenwoordige tijd.
Het mag of kan regenen.
Het mag of kan niet regenen.
Mag of kan het regenen?
Mag of kan het niet regenen?
Onvolmaakt verleden tijd.
It might, could, would or sïiould Het mogt, kon, wilde of zond
rain, regenen.
It might not rain. Het mogt niet regenen.
Might it rain? Mogt het regenen?
Might it not rain? Mogt het niet regenen?
Perfect iense.
Volmaakt verleden tijd.
It may or can have rained. Het raag of kan geregend hebben."
It may or can not have rained, Het mag of kan niet geregend heb-
ben,
May or can it have rained? ]Mag of kan het geregend hebben ?
May or can it not have rained? Mag of kan het niet geregend heb-
ben ?
Pluperfect iense.
It might, etc. have rained.
It might not have rained.
Might it have rained?
Might it not have rained?
Meer dan volm. verl. tijd.
Het mogt, enz. geregend hebben;
Het mogt niet geregend hebben.
Mogt het geregend hebben?
Mogt het niet geregend hebben?

A