Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
94
ENGELSCHE
Participles, Deelwoorden.
Present', dressing one's self, Tegenw.: zich aankleedende.
Past: having dressed one's self, Verl.; zich aangekleed hebbende.
fragender wijs.
Present tense,
Do I dress myself? etc.
Imperfect tense.
Did I dress myself?
Perfect tense.
Have I dressed myself?
Tegenwoordige tijd.
Kleed ik mij aan? enz.
Onvolmaakt verleden tijd.
Kleedde ik mij aan?
Volmaakt verleden tijd.
Heb ik mij aangekleed?
Onlkennender wijs.
Tegenwoordige tijd.
Ik kleed mij niet aan.
Onvolm. verleden tijd.
Ik kleedde mij niet aan.
Volm. verleden tijd.
Ik heb mij niet aangekleed.
Vragend'onlkennender wijs.
Present tense. Tegenwoordige tijd.
Kleed ik mij niet aan?
Onvolmaakt verleden tijd.
Kleedde ik mij niet aan ?
Volmaakt verleden tijd.
Heb ik mij niet aangekleed?
Opstellen over de Wederheerige Werhivoorden,
87.
Ik wasch mij 1 ; gij wascht a ; hij wascht zich. Wij was-
schen ons niet; gij wascht u niet, maar zij wasschen zich»
Wiesch ik mij? Wiescht gij u niet? Wiesch hij zich toen?
Ik weet er niet van ; vraag het aan een' ander. Gij zijt onwel-
1 to wash one's self.
Present tense,
I do not dress myself.
Imperfect tense,
I did not dress myself.
Perfect tense,
1 have not dressed myself.
Do I not dress myself?
Imperfect tense.
Did I not dress myself?
Perfect tense,
Have I not dressed
I