Boekgegevens
Titel: Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Auteur: Murray, Lindley; Bruinvisch Maatjes, Adrianus
Uitgave: Zalt-Bommel: Joh. Noman en zoon, 1860
7e verb. dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6734
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202891
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Engelse taalkunde
Trefwoord: Engels, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Engelsche spraakkunst: met toepasselijke opstellen ter vertaling
Vorige scan Volgende scanScanned page
2 ENGELSCHE
2. Een Zelfstandig naamwoord is de naam van eenig voorwerp
dat bestaat, of waarvan wij eenig denkbeeld hebben, als: London,
Londen; John, Jan; capiial, hoofdstad; virtue, deugd.
3. Een Bijvoegelijk naamwoord is een woord, dat bij een Zelf<
standig naamwoord gevoegd wordt, om er eene eigenschap of boeda-
nigheid van aan te duiden, als: a virtuous man, een deugdzaam
man; an old woman, eene oude vrouw; the great city, de groote stad.
4. Een Voornaamwoord is een woord, dat in plaats van een
Zelfstandig naamwoord gebruikt wordt, om de menigvuldige her-
haling van één en hetzelfde woord te vermijden, als: the man is
happy, he is benevolent, he is useful; de man is gelukkig, hij
is weldadig, hij is nuttig. Het woordje he staat hier in plaats van
the man,
5. Een Werkwoord , is een woord , dat het bestaan , het doen of
lijden van een* persoon of eene zaak aanduidt, als: to he, zijn; io
rtUe, regeren ; to suffer, lijden.
6. Een Bijwoord is een woord, dat bij een Werkwoord, een
Bijvoegelijk naamwoord, en somtijds bij een ander Bijwoord gevoegd
wordt, om het nader te bepalen, als: he reads well, hij leest wel;
a trult good man, een waarlijk goed man; he toriies very cok-
rectly, hij schrijft zeer naauwkeurig.
7. De Voorzetsels duiden de betrekking aan , die de Naamwoor-
den, of een naamwoord, een Voornaamwoord en een Werkwoord, op
elkander hebben, als: William went from London to Tork, Wil-
lem ging van Londen naar York; lie called oN me, hij kwam bij
mij aan.
8. Een Voegwoord is een woord, dat gebruikt wordt, om an-
dere rededeelen, en ook volzinnen, met elkander te verbinden, als:
he and T, hij en ik; they are happy, because they are virtuous,
zij zijn gelukkig, omdat zij deugdzaam zijn.
9. De tnsschenwerpsels zijn woorden, die de aandoeningen en
bewegingen der ziel aanduiden, als: Alas , Helaas! Ah! Ach I
Oh I Och !
Deze korte uitlegging zal eenïgzins 't verschil tusschen de rede-
deelen duidelijk maken. Om ze evenwel vlug te kunnen onderschei-
den, zal de leerling wèl doen, zich van tijd tot tijd in 't ontleden
{analyseren) te oefenen. Kortheidshalve kan hij dit doen door de
woorden met getalmerken te teekenen: 1 duide bet Lidwoord aan, 2
het Zelfstandig naamwoord, 3 het Bijvoegelijk naamwoord, 4 het
Voornaamwoord, enz.