Boekgegevens
Titel: L. Mulder's Aardrijkskunde van Nederland
Auteur: Mulder, Lodewijk; Magnin, B.J.J.
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. & G.H. Meijer, 1876
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6711
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202890
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederland, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   L. Mulder's Aardrijkskunde van Nederland
Vorige scan Volgende scanScanned page
BESCllttIJVING DER NEDERLANDEN.
lerbosch breidt zich de Amersfoortsche heide uit, waar raeti in
't verschiet, bij 't gehucht Austcrlitz,&e zoogenaamde piramide ontwaart,
welke in het jaar 1804, door de Franschen onder den Maarschalk Mabmont,
die hier een kamp had opgeslagen, van aarde en zoden is opgericht.
Bij het dorp liaarn, 2.656 inw. ligt het Baarnsche Bosch, waardoor
men in het vorstelijk komt. Dit prachtige gebouw werd in 1817
door het Rijk aan den toenmaligen Kroonprins geschonken, en prijkt
inwendig met verscheidene uitmuntende schilderijen. Aan het einde der
groote laan, tegenover het Paleis vindt men eene naald, opgericht ter
eere van den Prins, ter herinnering aan Quatre-Bras, waarbij 2 stukken
geschut in den Tiendaagschen Veldtocht veroverd.
Verder zijn merkwaardig Jutphaas 2.433; Vreeswijk 1.247; Maarsen 1.822;
Breukelen 1.831 ; Loenen-Vreeland 1.282; Nieuwersluis eene sterkte.
Soest 3.389; Leusden 1.560; Woudenberg 2.219;Eemne3 1.286; (Binnen-
en Buiten-) Veenendaal 3.848; Amerongen 2.194; Driebergen 2.066; inw-
GROMNGEN.
Deze provincie, ruim 42 □ geogr. mijlen groot, bevat 232.739 inw.
en bestaat voor het grootste gedeelte uit kleigrond, die over het alge-
meen zeer vruchtbaar is. In het Zuidelijk gedeelte treft men veen- en
zandgrond aan, waarvan vooral de hooge veenen een grooten voorraad
turf opleveren. Landbouw en veeteelt zijn een hoofdmiddel van be-
staan, en een groot deel van beider opbrengst wordt uitgevoerd, terwijl
de zeevaart vrij belangrijk is. De bewoners van Groningen vooral op het
plalteland, hebben nog al een en ander van hunne voorouderlijke gewoonten
overgehouden, hoewel veel verloren gegaan is, waaronder men vooral de oude
kleeding van het volk tellen kan, die meer en meer verdwijnt. De taal
is een platte tongval, die eenige overeenkomst met het Oostfriesche
heeft, en naar de zijde van Friesland eenigzins met het boerenfriesch
gemengd is. Vroeger werd Groningen verdeeld in: Westerkwartier,
Hunsiugoo, Fivelingoo, Goorecht, Oldambt, en Westerwolde.
De hoofdplaats is Groningen, mei 39,284 inwoners, eene stad die door
regelmatigen en ruimen bouw uitmunt. Vele schoone openbare gebouwen
vindt men er niet; de voornaamste zijn: het aan de Groote Markt,
een sieraad der stad, in het begin dezer eeuw voltooid; terwijl sedert eenige
jaren, door de daarstelling van een nieuwen prachtig Universiteitsgebouw, aan
eene lang gevoelde behoefte voorzien is. Aan de Hoogeschool, die, in 1614 ge-
sticht, een aantal beroemde mannen heeft opgeleverd, is een Kruidtuin, een
Anatomisch Kabinet, een Museum van Natuurlijke Historie en eene Verzame-
27