Boekgegevens
Titel: L. Mulder's Aardrijkskunde van Nederland
Auteur: Mulder, Lodewijk; Magnin, B.J.J.
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. & G.H. Meijer, 1876
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6711
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202890
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederland, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   L. Mulder's Aardrijkskunde van Nederland
Vorige scan Volgende scanScanned page
BESCllttIJVING DER NEDERLANDEN.
ilocli vooral Ie Eindhoven en Arasterdam. Garancinefabrieken, waar veel
meekrap verbouwd wordt, zooals bij Middelburg, Zicrikzee en Goes.
Cichoreifabrieken vooral in Friesland, Groningen enz.
!n Twente (Overijssel) houdt men zich vooral met de /ia/oc?!-industrie
bezig, vooral te Enschedé,'t zoogenaamde klein Manchester; iii ^'.-brabant
(Tilburg) »'t N,-brab. Leeds"), Helmond, Eindhoven, Bokstel; linnen in
L'den, Oirschot, St. Oedenrode, liilvarenbeek ; damast en garen worden
veel in Leiden gerabriceerd; Deventer, 't Gooi en N.-brabant hebben
lapijtfabrieken; leerlooierijen, en fabrieken van schoenenen laarzen in de
dorpen aan de Langstraat (N. lïrabant).
Suikerraffinaderijen in Amsterdam, Rotterdam, Dordrecht, Groningen,
en fabrieken van Beelworlelsuiker te Zevenbergen, Ondenbosch, Bergen-
o|)-Zoora en Dubbeldam. Fabrieken van 5/oom- en andere werktuigen in
Arasterdam, 's-Gravenhage en op Fijenoord.
Plet- en Kopermolens op de Velnwe (Apeldoorn, Epe en Voorst).
Diamantslijperijen^ vooral in Amsterdam, waar vele werklieden sedert den
oorlog van 1870—71 schatten verdiend hebben.
WATEBEN.
De Zuiderzee is een golf van de Noordzee, welke voor ruim 600 jaar
door eene overstrooming gevormd werd; zij heeft een inham in de pro-
vincie NoordhoUand, hel Y genoemd, die door kapitale dijk- en sluis-
werken, de Oranjesluizen, tegenwoordig aan het Pampus (eene ondiepte,)
afgesloten is.
Eenige slroomende wateren waarvan wij slechts de voornaamste
zullen aangeven besproeien den Nederlandschen bodem. De hoofdrivieren
zijn: De Rijn, de Maas en de Schelde.
De Rijn treedt nabij Lobith, een dorp aan de Pruissische grenzen,
dö Nederlanden binnen, en verdeelt zich, vóór zijne uitwatering in de
Noordzee, viermaal in twee armen, namelijk eens bij Pannerden (16
uur gaans), van waar een arm, genaamd de ^Voa/, zuidwaarts vloeit; ten
tweeden male bij Westervoorl (23 uur gaans), waar de Ussel zich van den
Rijn scheidt; ten derde bij Wijk bij Duurstede (11 uur gaans), waar
de linkerarm den naam van Lek aanneemt en de rechter dien van Kromme
Rijn, welke laatste door een duiker gemeenschap heeft met de Lek; ten
vierde bij Utrecht, van waar de rechterarm, als Vecht (8 uur gaans), naar
de Zuiderzee en de linker. Oude Rijn, naar de Noordzee stroomt, waar
hij, na opname van de Does en de Ztjl, bij Katwijk zijne uitmonding heeft.
10