Boekgegevens
Titel: L. Mulder's Aardrijkskunde van Nederland
Auteur: Mulder, Lodewijk; Magnin, B.J.J.
Uitgave: Amsterdam: J.M.E. & G.H. Meijer, 1876
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6711
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202890
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: geografie van Nederland
Trefwoord: Geografie, Nederland, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   L. Mulder's Aardrijkskunde van Nederland
Vorige scan Volgende scanScanned page
BESCllttIJVING DER NEDERLANDEN.
van den Hondsrug, in 't N. W. van Overijssel en Utrecht, Noord- en
Zuidiiolland en ten W. van 's-Herlogenbosch.
Ten gevolge van een en ander is de vruchtbaarheid in de onder-
scheidene Provinciën zeer verschillend: in het W. wordt alle grond
nuttig gebruikt, in het 0. is nog veel woest.
km bebouwde en lustgrondenhm\.\.QM Groningen en Friesland ieder 0.8,
Drente 0.2, Overijssel 0.-4, Gelderland 0.9, Utrecht 1.2, N.holland 11,
Z.holland 1.5 en Limburg 0.6°/^.
Aan woeste gronden-. Groningen 14, Friesland 10, Drente 38, Over-
ijssel 31, Gelderland 25, Utrecht 11, N.-holland 10, Z.-holiaud 4, Zeeland
7, N.-brabant 28 en Limburg 24°/o.
Bosschen vindt men het meest in Gelderland, bijna 14°/^, N.-bra-
bant 11.7, Utrecht 11.4 Limburg 11.1 en het minst in Groningen,
zijnde 0.3°/o der oppervlakte.
Van de geheele oppervlakte van Nederland vindt men 20°/^ aan woeste
gronden, 27°/^ aan bouwland, 1.3°/o aan warmoezerijen en boomgaarden,
37°/o aan wei- en hooiland, 6.8°/(, aan bosch en aan met gebou-
wen bezette en aan lustgronden.
LUCHTGESTELDHEID.
Door klimaat verstaat men de doorgaande gesteldheid van den damp-
kring boven een land, vooral in betrekking tol warmte en vochtigheid.
Dat klimaat hangt veelal af van de ligging des lands ten opzichte der zon, dat
is, van zijne breedte {wiskundig klimaat); de wijzigingen daarvan dour
de ligging al of niet aan of nabij de zee, winden, grondgesteldbeid en
meer andere oorzaken vormen het natuurkundig klimaat.
Het klimaat van Nederland is een zeeklimaat. De winters zijn er
minder koud en de zomers minder warm, dan in verder van de zee ge-
legen landen, b. v. Saksen of Hongarije. De voorjaren zijn er kouder
dan de najaren. Dit verschil doel zich merkbaar gevoelen in de onder-
scheidene plaatsen van ons land; te Maastricht b. v. is December ge-
middeld kouder dan te Utrecht of Groningen, maar daarentegen geeft
ook de maand Juli Ie Maastricht doorgaans meer warmte dan aan den Helder.
Nederland heeft een vochtig klimaat. Gemiddeld rekent men 147
regendagen per jaar. Men heeft te Utrecht bevonden eene gemiddelde
hoeveelheid van regen ter hoogte van 681.35 mM.; ook een onbestendig
of veranderlijk klimaat, d. w. z., dal, in een betrekkelijk kort tijdsverloop, de
temperatuur veel hooger of lager kan worden, een heldere lucht door betrok-
ken, windstilte door soms sl»^vige koelten, ja stormen, vervangen wordt.
4