Boekgegevens
Titel: De kleine rekenaar: rekenboekje voor de lagere scholen
Deel: 7e stukje. A.
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: Stoomdrukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1893
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 5265
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202802
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De kleine rekenaar: rekenboekje voor de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
7. Een dienstmeid brengt fQl,hO voor een jaar naar
de spaarbank. Hoeveel zal ze na het einde des jaars
ontvangen, als de spaarbank per gulden 2,49 cent rente
geeft ?
8. Hoeveel is in Ned. munt de waarde van 7 dol-
lars en 65 cent?
9. Een reiziger neemt in Rotterdam een spoor-
kaartje , dat f 24,50 kost. Hij heeft slechts Ameri-
kaansch geld hij zich. Hoeveel doll, en cent. moet hij
betalen ?
10. Een Belgisch veehandelaar koopt in Noord-Bra-
bant eene koe voor /125. Hij rekent af met Belgische
munt. floeveel francs en centimes moet hij geven?
§ 3.
1. Wat is een kapitaal en wat is intrest?
2. Noem verschillende kapitalen op, die niet in geld
bestaan ?
3. Bij wien zet men zooal geld op intrest?
4. Van wien krijgt men zooal geld ter leen?
5. Wat beteekent het, als ik zeg: ik heb aan mijn
buurman geld geleend tegen 3 percent.
O. En wal beduidt het volgende: ik heb van mijn
buurman geld geleend legen 4 % ?
f. Wat is een bankier?
8. Waardoor maakt de bankier zijne winst?
9. Wanneer iemand huizen verhuurt of hooiland
verpacht, waarin bestaat dan zijn kapitaal en waarin
zijne rente?