Boekgegevens
Titel: Gedichtjes voor kinderen uit behoeftigen stand
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: J.H. en G. van Heteren, 1863
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4054
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202685
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichtjes voor kinderen uit behoeftigen stand
Vorige scan Volgende scanScanned page
48
Wat maakt het mij blij ,
Hoe klein ik ook zij ,
Wat ramp immer nader',
Hij is en blijft Vader,
Voor mij, ook voor mij.
'kZing blij van gemoed.
De Schepper is goed,
Wat ramp immer nader',
Hij is en blijft Vader,
Bij zuur en bij zoet.
FOEI! HET STOUTE KEETJE.
Keetje is wel een vrolijk meisje,
Is wel net op lijf en goed,
Is, op school, wel vlug en leerzaam,
T'huis, naar 'tzeggen, doorgaans zoet.
Maar 't is toch geen aardig keetje ;
Ieder spreekt er schande van.
Misschien vraagt ge, lieve kleine!
Wat doet toch dat meisje dan?
Nu, ik zal 'tu eens vertellen:
Keetje is een gevoelloos kind ,
Daf, 0 foei, in 't leed van andren
Meestentijds behagen vindt.