Boekgegevens
Titel: Gedichtjes voor kinderen uit behoeftigen stand
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: J.H. en G. van Heteren, 1863
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4054
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202685
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichtjes voor kinderen uit behoeftigen stand
Vorige scan Volgende scanScanned page
44
KORNELIS. DE SCHOOL VERLATENDE.
'k Ga hcJen van school af, mijn Icerlijd is om;
't Wordl lijd, dal ik nu op een ambachl eens kom;
Dc meesier zegl, dal ik hel mijne wel weet,
Omdat ik mijn uurljes getrouw heb besleed.
'k Zal ook op mijn ambacht weêr doen wat ik kan.
Dan weet ik er zeker al spoedig wat van.
Verdien al gedurig een stuivertje meer,
Verligt zoo mijn ouders; dat wint dan alwéér!
Niet lang zal het duren, want ras wordt ik groot»
En 'k win met mijn handen volkomen mijn brood.
Maar God blijf ik bidden, (hel gaal anders niel),
Dat Hij op mijn ambachl zijn zegen gebied'!
HET VINKJE.
"Wel Vinkjelief, daar in de kooi!
Wat zing-jc veel, wal zing-Je mooi!
Zie, de and're vinkjes vliegen rond.
Van 's morgens vroeg lol M avondstond,
En gij zit altijd in de kooi,
En li/ch, wal zing-je veel en mooi;
Mij dunki, als ik daar bij je zal,
Dat ik geen lust iu 'l zingen had.