Boekgegevens
Titel: Gedichtjes voor kinderen uit behoeftigen stand
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: J.H. en G. van Heteren, 1863
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4054
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202685
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichtjes voor kinderen uit behoeftigen stand
Vorige scan Volgende scanScanned page
43
daaxtje.
Doe wat gij wilt, ga gij maar stelen,
Hoe slecht hel zij;
Maar 'k zal dan nooit weer met u spelen,
Vers!a:il gc mj ?.....
Kom, FPiAXs! gc moest maar hij mij blijven,
Och! steel tt»ch niel!
Foei! zoudl gij zuik een kwaad bedrijven,
Daar God hel ziet!
itZi
HET WEESKIND.
Ach mij! ik heb geen ouders meer,
Ze zijn mij vroeg oninomen;
Maar, dank zij onzen Lieven Heer!
Ik mogt in 't weeshuis komen.
'k Ben goed gekleed; heb goede spijs.
En 'I geen wel 'l meest moet wegen,
'k Omvang hier 'l noodig onderwijs;
Is dat geen groole zegen?
Maar 'k schrei loch vaak van droefenis.
Dat 'k, nog zoo jong van jaren,
Mijn' vader cn mijn moeder mis,
Die mij zoo alles waren.