Boekgegevens
Titel: Gedichtjes voor kinderen uit behoeftigen stand
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: J.H. en G. van Heteren, 1863
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4054
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202685
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichtjes voor kinderen uit behoeftigen stand
Vorige scan Volgende scanScanned page
41
MIJNE OUDERS.
Go:l, die iie'd'rijke Alliclioedor,
Gaf mij Vader, gaf mij Moeder,
'k U.itik llein uil mijns liarieu grond,
't Zijn mijn al!crl)este vrinden ,
'kZou geen Leeire kunnen vinden,
Reisde ik ook dc wereld rund.
Goede God ! wil lien toch sterken,
Opdat zij met blijdschap werken
Voor hun schamel huisgezin;
Blijf hen beiden voor mij sparen;
Ik ben nog zoo jong van jaren;
En gij weet, huc 'k hen bemin.
Kon ik maar hun werk verriglen,
'k Zou zoo graag hen wal verliglen,
Waar' 'look midden in den nacht;
Moge 'lU, o God! behagen.
Dat ik, op hnnnc oude dagen.
Eenmaal nog hnn lot verzacht!
-'lUI.—
VRAGEN EN ANTWOORDEN.
Wat wordt er van een' druivensick,
Die nimmer wordt gesnoeid?
Een wijnslok, waaraan weinig groeit,
Eu dan nog slechte, groeit.