Boekgegevens
Titel: Gedichtjes voor kinderen uit behoeftigen stand
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: J.H. en G. van Heteren, 1863
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4054
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202685
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichtjes voor kinderen uit behoeftigen stand
Vorige scan Volgende scanScanned page
3g
Die meestal , 's avomls laai.
In krocjj cn langs de slraal,
Bedorven knapen zingen.
'l Zijn vodden, anders niet,
En» als men 'l wel beziet,
Te laf om ze ooit Ie lezen;
Die zulke liedjes koopt,
Waarmeé men beedlen loopt,
AIocl wel onuoozel Avezen.

DRONKEN KOENDERT.
hendrik.
Vader! weel ge al, dat koendert,
Zoon van jacob, onzen wacht.
Onder een gejoel van jongens.
Op een kar is t' huis gebragt?
'k Hoor, hij heeft zijn' arm gebroken;
Enklen zeggen ook zijn been;
Ach! wat lag hij naar Ie kermen,
't Ging door al mijn leden been!
vader.
Ja, ik heb het ook vernomen,
En het grieft mij in dc ziel;
Maar 't is eigen schuld en boosheid,
Waardoor bij 200 scbrik*Iijk viel.