Boekgegevens
Titel: Gedichtjes voor kinderen uit behoeftigen stand
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: J.H. en G. van Heteren, 1863
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4054
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202685
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichtjes voor kinderen uit behoeftigen stand
Vorige scan Volgende scanScanned page
84
O neen! O neen!
Gods liefilc alleen
Wou mij die gunst bewijzen;
'k Zal <l;ig aan dag,
Met diep onlzajj,
Zijn goedheid dankbaar prijzen.
-^Kl—
GEWOONTE.
Wat wordtmen toch aan'lkwaad. dal vaak {jeschiedt, gewoon!
Dat zie ik klaar in toon.
Die, door geduriglijk Ie vloeken en Ie zweren,
't Bezwaarlijk af kan leeren.
Dit leert me wouter ook; wal spreekt hij menigmaal
Een zedelooze taal!
Door gaandeweg al meer mei lossen mond Ie praten,
Kan hij het naauwlijks lalen....
Zie ik wat kwaads bij mij (dil is mijn vast besluil),
Ik roei hel dadelijk uil;
En keert het weer terug, 'k zal des te meerder waken.
Geheel er af Ie raken.
Voor 't kind, dat op den duur zich toelegt op zijn' pligt.
Wordt ook het zwaarste ligt.