Boekgegevens
Titel: Gedichtjes voor kinderen uit behoeftigen stand
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: J.H. en G. van Heteren, 1863
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4054
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202685
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichtjes voor kinderen uit behoeftigen stand
Vorige scan Volgende scanScanned page
33
MORSIGHEID.
Het varken v/enlelt zich in 't slijk;
Mijn kind! word toch geen zwijn gelijk;
Wees naoil dotir vuil of smeer hesrael;
Wees als het duiQe rein en net.
Die morsig is op lijf en goed ,
Is zelden zuiver van gemoed;
Het helder, net en ziuiPlijk kind.
Maakt zich hij iedereen hemind;
Maar 'tkind dal goor en morsig is.
Wekt afkeer slcchls cn ergernis.

G.EZONDHEID.
Wal is op aard'
Wel meerder waard,
Dan sleeds gezond Ie leven!
En Gods genä
Wou, vroeg en spA,
Aan mij dal voorregt gevea!
Verdien ik meer
Van d'Opperheer,
Dan zoo veel and're kind'ren.
Die ziek van hart.
Door pijn en smart.
Hun vreugde zien vermind'reu,