Boekgegevens
Titel: Gedichtjes voor kinderen uit behoeftigen stand
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: J.H. en G. van Heteren, 1863
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4054
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202685
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichtjes voor kinderen uit behoeftigen stand
Vorige scan Volgende scanScanned page
25
Soms, ja, sprak wel mijn geweien
In M bi'gin met kracht en kiem.
En, ik zal hel nooit vergelen,
SchrikkMijk was mij vaak die stem;
Maar allengskens meer gesmoord,
Werd ze op H laatst niet meer gehoord.
Ach! ik moet wéér bitter weenen;
Tranen vloeijen op mijn' brief;
Deze gaal wel naar n henen ,
Maar ach! ik blijf hier als dief,
Karei>! bid voor mij tol God,
Want ik heb zoun bilter lot!
DE WARE RIJKDOM.
Kinderen! zegl, wien zoudl gij raden,
Dat hier wel het rijkste was:
Die mei eer is overladen.
En veel geld heeft in dc kas?
Hij, die, in een mooije woning,
'sNachts op donzen veeren rust.
En des daags, gelijk een koning.
Eten mag, al-wal hem lusl?
Ach! die zijn geluk cn waarde
Louter zoekl in geld en goed,
Is 'larmoedigst mensch op aarde.
Zonder vrede iu ziju gemoed.