Boekgegevens
Titel: Gedichtjes voor kinderen uit behoeftigen stand
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: J.H. en G. van Heteren, 1863
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 4054
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202685
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Kindergedichten (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gedichtjes voor kinderen uit behoeftigen stand
Vorige scan Volgende scanScanned page
17
Zusje! zusje! w"es manr zoel,
Wil geen (jroollieid weiischen,
't Is voor ons in Iiuis zoo goed.
Als hij rijke menschen.
Lof en dank den goeden God!
Ik begeer geen beier lot.
HET PIJPJESROOKEN.
Lach uil dien jongen mei zijn pijp!
Ei zie dal kind eens rooken ,
'l Is of hij al een werkman was,
Zoo s'anl hij daar Ie smoken:
Misschien heel'l hij geen' cenl op zak.
En loch rookl hij zijn pijp tabak!
Als 't kind uit hoogmned man wil zijn.
Zal ie lerern 'l verachlen ,
Wat vader zegl, dal zal ik doen;
Mei rooken, jaren wachten ;
'k Wil, eer ik eigen brood verdien.
Geen pijpje noch cigaarlje zien.
HET SCHAATSENRIJDEN.
Gbietje ging eens schaatsenrijden
Mei haar kleine broèrlje tijs;
Ieder hail een' cenl gekregen
Voor hel vegen
Van de baan op 't spieglend ijs.