Boekgegevens
Titel: De voornaamste bepalingen en wetten in de anorganische scheikunde: met vraagstukken, die er op betrekking hebben
Auteur: Enklaar, Johannes Eliza
Uitgave: Deventer: W.F.P. Enklaar, 1895
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3581
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202656
Onderwerp: Scheikunde: anorganische chemie: algemeen
Trefwoord: Anorganische chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De voornaamste bepalingen en wetten in de anorganische scheikunde: met vraagstukken, die er op betrekking hebben
Vorige scan Volgende scanScanned page
51
No. 72. In een toestelletje van Fresenius-Will voor koolzuur-
bepaling brengt men 4 gr. Garrarisch marmer. Het gewichts-
verlies, door het ontwijken van het gedroogde koolstofdioxyde
veroorzaakt, is 1,756 gr. Hoeveel proc. zuiver calciumcarbonaat
bevatte dat marmer?
Een monster witte magnesia van den handel bevatte 36,3 proc.
koolstofdioxyde. Hoeveel zal het bovengenoemde toestelletje in
gewicht verliezen, als men er 4 gr. van deze magnesia inbrengt ?
Door welke formule kan de samenstelling van deze magnesia
uitgedrukt worden, als men er 19,8 proc. water in aanneemt?
No. 73. De analyse van een ruwe loog uit de fabriek
Rhenania bij Aken gaf o. a. de volgende uitkomsten:
a. Het soortelijk gewicht van de loog was 1,252 bij 14" R.
10 cM^ er van, in eeti platinaschaal uitgedampt en zwak
gegloeid lieten 3,11 gr. vaste stof achter.
h. Deze droogrest vereischte 56,2 cM^ normaal salpeterzviur,
om geneutraliseerd te worden.
c. Bij 10 cM^ van de loog met azijnzuur geneutraliseerd
moesten 6,82 cM^ 7,o normaal jod.-oplossing gevoegd worden,
voordat er eenig vrij jodium in de vloeistof bleef bestaan.
(l. 10 cM^ der loog met azijnzuur bijna geneutraliseerd en
dan met kaliumchromaat als indicator met '/jq normaal zilver-
nitraat getitreerd, vereischten 11,4 cM^ van de laatste, om
blijvend rood zilverchromaat te doen ontstaan.
e. 10 cM^ der loog, met zoutzuur geneutraliseerd, werden
vermengd met 13 cM^ oplo.ssing van normaal bariumchloride
en daarna met ammoniumcarbonaat neergeslagen. Het gewasschen
neerslag van bariumsulfaat en bariumcarbonaat vereischte 12,6
cM^ normaal salpeterzuur, om het carbonaal geheel in nitraat
om te zetten.
Als de werkingen b, c, d en e uitsluitend voortvloeien uit
de aanwezigheid van natriumcarbonaat, natriumthiosulfaat,
keukenzout en natriumsulfaat, hoeveel proc. vaste stof en
hoeveel proc. van elk dezer zouten bevatte de ruwe loog dan ?