Boekgegevens
Titel: De voornaamste bepalingen en wetten in de anorganische scheikunde: met vraagstukken, die er op betrekking hebben
Auteur: Enklaar, Johannes Eliza
Uitgave: Deventer: W.F.P. Enklaar, 1895
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3581
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202656
Onderwerp: Scheikunde: anorganische chemie: algemeen
Trefwoord: Anorganische chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De voornaamste bepalingen en wetten in de anorganische scheikunde: met vraagstukken, die er op betrekking hebben
Vorige scan Volgende scanScanned page
38
No. 26. Stas vond, dat 101,519 gr. zilver, in chloor verhit,
134,861 gr. zilverchloride opleverde en dat uit 14,427 gr.
kaliumchloride met zilvernitraat 27,732 gr. zilverchloride te
verkrijgen zijn. Als voor het aequivalentgewicht van chloor
35,45 genomen wordt, wat zijn dan de aequivalentgewichten
van zilver en van kalium?
Stas verkreeg uit 56,071 gr. zilver 81,023 gr normaal zilver-
sulfaat. Als men aanneemt, dat zwavelzuur tweebasisch is en
tot formule heeft H.^SO^ waarin S = 32, O = 16 en dat
het zilveratoom monovalent is, wat is dan het at. gew. van zilver?
Uit 150 gr. zilver, in zwaveldamp verhit, werd door Stas
172,2765 gr. zilversulphide bereid; dezelfde onderzoeker redu-
ceerde normaal zilversulfaat met waterstof en verkreeg uit
81,023 gr. 56,071 gr. zilver. Als de gewichtsverhouding tusschen
zwavel en zilver in beide verbindingen dezelfde is, hoeveel proc.
zuurstof bevat dan het sulfaat?
Als in het laatste 4 atomen zuurstof met een at. gew. = 16
en 1 at. zwavel per molecule aanwezig zijn, wat is dan het
at. gew. van de zwavel?
No. 27. Volgens een onderzoek van v. d. Plaats leveren
16,8230 en 7,7624 gr. phosphorus, in droge zuurstof ver-
brand, resp. 24,7925 en 17,7915 gr. phosphorpentoxyde op.
Als in het laatste 2 atomen phosphorus en 5 atomen zuurstof
per molecule zijn en het at. gew. van zuurstof = 16 is,
welke waarden geven deze uitkomsten dan voor het at. gew.
van phosphorus?
Dezelfde onderzoeker verbrandde in zuurstof 5,1217 gr.
graphiet, 11,7352 gr. suikerkool en 4,4017 gr. papierkool
en verkreeg resp. 18,778 gr. koolstofdioxyde, 0,7 mgr. asch en
1 mgr. water; 43,0210 gr. koolstofdioxyde, 1.2 mgr. asch en
3,4 mgr. water; 16,1352 gr. koolstofdioxyde, 1,2 mgr. asch
en 2,3 mgr. water. Als de formule van koolstofdioxyde GOj
en het at. gew. van de zuurstof = 16 is, welke waarden
geven dan deze uitkomsten voor het at. gew. van koolstof?
V. d. Plaats reduceerde 5,5015 en 4,9760 gr. zuiver tinoxyde
met waterstof en verkreeg resp. 4,3280 en 3,9145 gr. tin.