Boekgegevens
Titel: De voornaamste bepalingen en wetten in de anorganische scheikunde: met vraagstukken, die er op betrekking hebben
Auteur: Enklaar, Johannes Eliza
Uitgave: Deventer: W.F.P. Enklaar, 1895
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3581
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202656
Onderwerp: Scheikunde: anorganische chemie: algemeen
Trefwoord: Anorganische chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De voornaamste bepalingen en wetten in de anorganische scheikunde: met vraagstukken, die er op betrekking hebben
Vorige scan Volgende scanScanned page
35
No. 15. a. 1 vol. zuurstof en 2 vol waterslof van 100"
verbinden zich door middel van een eleclrisclie vonk tot 2 vol.
waterdamp van lOü®. Als de formules van waterstof en
zuurstof resp Hj en Oj zijn, wat is dan de formule van water?
h. De formule van ammonia is NH3, die van waterstof en
stikstof zijn resp. Hj en Nj. Als stikstof zich onmiddellijk
met watei-stof tot ammonia verbond en alles gasvormig bleef,
welke zou dan de verhouding der volumen van stikstof en
waterstof zijn, waaronder dit geschiedde?
c. Hoeveel cM^ waterstof zijn resp. in 1 L. acetyleen (C2H2),
in 1 L. aethyleen (C2H4) en in 1 L. methaan (CH^) met
12 gr koolstof verbonden?
d. 12 gr. koolstof geeft bij verbranding, waarlrij alleen
CO2 ontstaat, 22,32 L. koolstofdioxyde. Hoeveel L. zuurstof
waren voor die verbranding op zijn minst noodig?
e. 1 vol. zuurstof, gebruikt voor de verbranding van zwavel,
waai'bij alleen zwaveldioxyde ontstaat, levert 1 vol. van het
laatste. Hoeveel zuurstofatomen bevat het molecule van zwavel-
dioxyde?
No, 16. Een stukje natrium wordt verhit in een stroom chloor-
waterstofgas waarvan 100 cM^ ontleed worden. Hoeveel cM^
waterstof van dezelfde drukking en temperatuur kan men opvangen?
In een omgebogen buis boven kwik staande, gevuld met
zwavelwaterstof, verhit met een stuk tin. Er vormt zich zwaveltin.
Als drukking en temperatuur op het oorspronkelijk bedrag terug-
gekomen zijn, blijkt het volume onveranderd te zijn gebleven.
Wat volgt hieruit aangaande de samenstelling van het molecule
van zwavelwaterstof ?
No. 17. Bineau vond, dat seleen- en telluurwaterstofgas in
aanraking met bepaalde metalen al het seleen en telluur afgeven
onder achterlating van een vol. waterstof gelijk aan hun eigen
volumen. Als men weet, dat in het eerste 1 dl. waterstof
met 39,55 dl. seleen, in het tweede met 62,5 dl. telluur ver-
bonden is, wat is dan het moleculair gewicht van beide gassen ?
Weet men nu ook hoeveel atomen seleen en telluur in de
molecule van seleen- en telluurwaterstof aanwezig zijn?