Boekgegevens
Titel: De voornaamste bepalingen en wetten in de anorganische scheikunde: met vraagstukken, die er op betrekking hebben
Auteur: Enklaar, Johannes Eliza
Uitgave: Deventer: W.F.P. Enklaar, 1895
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3581
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202656
Onderwerp: Scheikunde: anorganische chemie: algemeen
Trefwoord: Anorganische chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De voornaamste bepalingen en wetten in de anorganische scheikunde: met vraagstukken, die er op betrekking hebben
Vorige scan Volgende scanScanned page
'27
verhoogt men de laatste, dan ontleedt zich een bepaalde
hoeveelheid BaOj in BaO en O2, hetwelk met temperatnurs-
verlaging gepaard gaat.
Verlaagt men de temperatuur, dan heeft er vorming van
Ba02 uit BaO en O2 met verhooging van temperatuur plaats.
Vermeerdert men de drukking, dan vormt zich eenig Ba02 uit
BaO in O2 met drukverlaging; vermindert men de drukking,
dan wordt eenig Ba02 in BaO en O2 ontleed, wat verhooging
van drukking teweeg brengt.
De toestand van evenwicht wordt behalve door temperatuur
en drukking bepaald door de betrekkelijke hoeveelheden der
aanwezige stoffen Wordt een der reactieproducten voortdurend
als damp of gas afgevoerd, dan verloopt de reactie volledig in
één bepaalde richting. Berthollet heeft dit reeds in het begin
dezer eeuw uitgedrukt door de volgende wet:
Als twee stoffen door dubbele ontleding een stof kunnen
opleveren, die onder de omstandigheden der proef in meerdere
mate gas- of dam.pvormig is dan de oorspronkelijke, dan zal
deze stof ontstaan.
Voegt men bij een oplossing van kaliumnitraat een overmaat
van zwavelzuur, dan verkrijgt men een vloeistof, waarin
kaliumhydrosulfaat of kaliumsulfaat, kaliumnitraat, salpeterzuur
en zwavelzuur in bepaalde verhoudingen aanwezig zijn Het is
een toestand van evenwicht. Distilleert men deze vloeistof at,
dan gaat al het salpeterzuur over, terwijl in de retort slechts
zwavelzuur en sulphaat achterblijven.
Een tweede wet van Berthollet luidt aldus:
Als men de oplossingen van twee stoffen vermengt en er kan
door dubbele ontleding een stof ontstain, die minder oplosbaar
is dan een der oorspronkelijke, dan zal die stof ontstaan.
Deze wet vloeit voort uit het feit, dat het evenwicht ver-
broken wordt, als een der gevormde stoffen zich in den vasten
toestand afscheidt en dat de nieuwe toestand van evenwicht,
die langzaam zich instelt, dan niet meer afhankelijk is van de
hoeveelheid van die afgescheiden stof.
Men maakt van de genoemde evenwichtsreacties gebruik om
de betrekkelijke sterkte van zuren te bepalen. Vermengt men