Boekgegevens
Titel: De voornaamste bepalingen en wetten in de anorganische scheikunde: met vraagstukken, die er op betrekking hebben
Auteur: Enklaar, Johannes Eliza
Uitgave: Deventer: W.F.P. Enklaar, 1895
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3581
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202656
Onderwerp: Scheikunde: anorganische chemie: algemeen
Trefwoord: Anorganische chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De voornaamste bepalingen en wetten in de anorganische scheikunde: met vraagstukken, die er op betrekking hebben
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
peratuur van het rhombische in het quadratische stelsel over. Waar-
schijnlijk zijn isomorphe stollen allen dimorph, als één er van het is.
In vele bijzondere gevallen kan men uit scheikundige reacties
waarschijnlijke waarden voor atoomgewichten alleiden. Als men
bv. van een element in een verbinding achtereenvolgens Y^
gedeelte door een ander kan verplaatsen en geen kleiner
gedeelte er van afzonderlijk te substitueeren is, mag men aan-
nemen, dat van dat element 4 atomen in het mol. der verbinding
aanwezig zijn, waarmede de gegevens voor de bepaling van het
atoomgewicht er van in den regel voorhanden zijn.
§ 8. Aequivalentgewicht. Valentie. Onder het aequivalent-
gewïcht van een stof verstaat men de hoeveelheid er van^ die
zich met één gewiehtsdeel waterstof han verbinden of dit in de
verbindingen verplaatst. Bij de vorming van zink- of ferro-
sulfaat uit de metalen en het zuur wordt 1 deel waterstof
respectievelijk door 32,6 en 28 dl. zink en ijzer verplaatst;
32,6 en 28 zijn dus resp. de aequivalentgewichten van zink
en ijzer. In water verbindt zich 1 dl. waterstof met 8 dl.
zuurstof. Dus is het aequivalentgewicht van zuurstof 8.
Uit het feit, dat de elementen zich in meer dan één
gewichtsverhouding met elkander verbinden, volgt, dat elk
element meer dan één aequivalentgewicht bezit. Zoo verbinden
28 dl. ijzer zich met 8 dl. zuurstof tot ferro-oxyde en ver-
plaatsen 28 dl. ijzer 1 dl. waterstof in de zuren; terwijl 18,66
dl. ijzer zich met 8 dl. zuurstof verbinden tot ijzeroxyde en
18,66 dl. ijzer 1 dl. waterstof in de zuren verplaatsen bij de
vorming der ferri-zouten. In de ferro-verbindingen heeft ijzer
dus het aequivalentgewicht 28, in de ferri-verbindingen 18,66.
Ook de aequivalentgewichten der samengestelde stoffen hebben
betrekking op 1 dl. waterstof. Zoo zijn de aequivalentgewichten
van salpeterzuur en zwavelzuur respectievelijk HNOj = 63 en
H SO 98
= — = 49. Want zij bevatten op 63 en 49 dl.
1 dl. door metalen verplaatsbare waterstof, bij welke verplaatsing
het zuur geneutraliseerd wordt.
Zoo is KOH = 56 het aequivalentgewicht van kaliumhydroxyde,
omdat in die hoeveelheid aanwezig is 1 dl. waterstof bij