Boekgegevens
Titel: De voornaamste bepalingen en wetten in de anorganische scheikunde: met vraagstukken, die er op betrekking hebben
Auteur: Enklaar, Johannes Eliza
Uitgave: Deventer: W.F.P. Enklaar, 1895
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3581
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202656
Onderwerp: Scheikunde: anorganische chemie: algemeen
Trefwoord: Anorganische chemie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De voornaamste bepalingen en wetten in de anorganische scheikunde: met vraagstukken, die er op betrekking hebben
Vorige scan Volgende scanScanned page
over, waarvan het kookpunt het hoogst ligt, terwijl er hoofdzakelijk
een vloeistof overgaat, zoo samengesteld, dat zij het laagst kookt.
Bij het distilleeren van genoemde mengsels gaat dus in het
algemeen het vluchtigste in de grootste hoeveelheid over en dat
kan een der bestanddeelen of een mengsel in bepaalde ver-
houdingen zijn.
Het scheiden der bestanddeelen van een mengsel van vloei-
stoffen kan door herhaalde distillatie dus slechts dan geschieden,
als het kookpunt gedurende de geheele distillatie tusschen dat
der bestanddeelen gelegen is.
Een mengsel van vloeistoffen kan ook een standvastig kookpunt
bezitten. Het laatste bewijst dus niet, dat men met een enkele
zuivere stof te doen heeft. Dit geval doet zich voor, als de
gewichtshoeveelheden der overgaande dampen steeds in de ver-
houding blijven, waarin de vloeistoffen in de retort aanwezig
zijn. Distilleert men b.v. met water verdund salpeterzuur af,
dan wordt het kookpunt standvastig, zoodra de vloeistof in de
retort een samenstelling heeft, die ongeveer overeenkomt met de
formule HNOj -f 3 HjO. Vroeger meende men hier te doen
te hebben met een scheikundige verbinding; thans weet men,
dat het een der in het derde der bovenstaande gevallen
genoemde mengsels is met het hoogst mogelijke kookpunt.
§ 4. Vloeistoffen en gassen. Vloeistoffen kunnen met gassen
gelijkslachtige mengsels vormen; zelfs met kwikzilver schijnt
dit eenigermate het geval te zijn. De absorptie-coëfficient van
een gas voor een bepaalde vloeistof is volgens Bunsen's definitie,
het volume van het gas, op O" en 760 mM. drukking herleid,
dat door 1 cM^ der vloeistof opgenomen kan worden. Het
opslorpen van gassen door vloeistoffen gaat gepaard met om-
zetting van arbeidsvermogen en met eenige verandering der
eigenschappen. Daar gassen zich onder warmte-ontwikkeling
oplossen, ontwijkt het gas uit de oplossing bij verhooging van
temperatuur; hetzelfde geschiedt, als de drukking op de oplossing
vermindert. De hoeveelheid gas, die door een gegeven hoeveel-
heid vloei.stof geabsorbeerd wordt, is evenredig met de drukking
van het gas; terwijl zij veider van den aard der vloeistof en
van het gas en van andere omstandigheden afhangt.