Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de Nederlandsche taal
Auteur: Bijl, P.; Andriessen, P.J.
Uitgave: Amsterdam: J.D. Sybrandi, 1865
4e dr. nagezien en verm.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2709
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202642
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de Nederlandsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
27
WOORDEN WELKE MET 00 GESCIIUEVEIV WOUDEN.
AIzoo
Betoogen
bioohartig
blootea
blooter
boogaard
boom en
boonen
booten
booze
brooden
Doodcn
doogen (ge)
doopen
doove
doozen
drongen
droom en
droopen
Gelooren
genooten (echt)
Ilooger ]oopen
boopen (houts) loover
{hopen wenschen) {loven, prijzen
hooren (luisteren) loozen
hoovaardig Mooren
hoozen {tvater' mootpn
Nooten (uiuzijk)
{noten vrucht)
Onnoozcl
oogen
scheppen)
/ooien
Klelnoo'Ien
knoopen
kooien (^ro^/7/e/2)ooïijk
{kolen Of uur) oomeu
koonen oonen
knoprn ooren
kooper Pooten(v. dieren)
{koper metaal) {poten, planten)
koozen {liefkozen)^ooten
{kozen i^an kiezen)potloodeu
kroonen Roode
Loochenen rooken (van rook)
looden {roken, hooi)
{genoten ^nieien)loogea {-van loog) roonien (v. room)
goochelen {logen leugen) {Rome, stad)
goore looiner rooven (8tf]en)(ro-
grooter loomea ven eener wond)
Schoonen
schooten (r. achoo!)
{schoten schot)
)slooi)en {slopen
sluipen)
slooten (van sloot)
{sloten sluiten)
sionvcn (werken)
{sloven,voor schoot)
snooder
stooniea
stoopeji
stonteu
slrookon
stoomen
stroopen
Talloozcr
toogen
{betogen bewijzen)
toomen
toonecl
! oonen
tooveren
troonen
Vooze
Zoomen
zoore.
Lijst van woorden weihe in de spellimj en uitspraak wei-
nig van elkander verschillen^ doch onderscheidene
beteekenis hehben.
Ach ! {droefhêid)
as {van. een wiel)
Bed, bedden
bei {bezie)
bereiden {gereed maken)
bid {van brdden)
bind {binden, 'vastmaken)
blei {zekere visch)
blood {niet dapper)
bod {van bieden).
bond {'van binden, vastmaken)
bood {van bieden)
bos {bundeV)
Och l {smeeking'^
asch {verbrande turf)
Bet, betten {nat maken, vrouwen-
naam)
bij {insekt, voorzetsel)
berijden {op iets rijden)
bit {van een paard)
bint, binten {gezaagd hout)
blij {vrolijk)
bloot {naakt, open)
bot, {dom, onscherp, zekere visch)
bont {veelkleurig, vel van dieren)
boot {vaartuig)
bosch {land met boomen)