Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de Nederlandsche taal
Auteur: Bijl, P.; Andriessen, P.J.
Uitgave: Amsterdam: J.D. Sybrandi, 1865
4e dr. nagezien en verm.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2709
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202642
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de Nederlandsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
23
De onvolmaakt verledene tijd wordt gevormd:
De eerste persoon enkelvoud, bij de gelijkvloeijcnde werkwoorden
van den wortel met achtervoeging van de of te.
De tweede van den eersten met achtervoeging van de derde is
gelijk aan den eersten, de eerste persoon meervoud, aan den eersten
enkelv., met achtervoeging van n, de tweede is gelijk aan den tweeden
enkelvoud, de derde aan den eersten persoon meervoud.
Bij ongel, werkw. De eerste pers. enk. van den wortel des ww. door
verandering van den wortelklinker; als ik loop, ik liep.
De tweede van den eersten met achtervoeging van t. De derde is
gelijk aan den eersten.
De eerste pers. meerv. van den eersten pers. enk. met achtervoeging
van en. De tweede pers. meerv. is gelijk aan den tweeden pers. enk.
De derde is gelijk aan den eersten pers. meerv.
De volmaakt verledene tijd wordt gevormd van den tcgenwoordigen
tijd van het hulpwerkwoord hebben of zijn met het verledene deelwoord.
De meer dan volmaakt verledene lijd van den onvolmaakt verledenen
tijd van hebben of zijn met het verle-lene deelwoord des werkwoords.
De eerste toekomende lijd van het hulpwerkwoord zullen en den te-
genwoordigen tijd der onbepaalde wijs des werkwoords.
De tweede toekomende tijd van het hulpwerkwoord zullen met den
verleden tijd van de onbepaalde wijs des werkwoords.
Aafivoegende wijs.
De tegenwoordige tijd, eerste persoon enkelvoud, van den wortel des
werkwoords met achtervoeging van e; van dezen persoon worden de
andere personen gevormd; de 2de mei achtervoeging van t, de 3de zon-
der achtervoeging, de Iste meervoud met achtervoeging van «. de 2de
is gelijk aan den tweeden enkelvoud, en de 3de aan den eersten meerv.
De onvolmaakt verledene tijd is bij de gelijkvloeijende werkwoorden
gelijk aan den onvolmaakt verl. tijd der Aanioonende wijs; — bij de
ongelijkvloeijende plaatst men eene e achter den eersten persoon, en
daar de vervoeging achter.
De andere tijden worden gevormd nis de vorige, met uitzondering,
dat men de aanvoegende in plaats van de aanioonende wijs gebruikt.
Gebiedende wijs.
Het enkelvoud is gelijk aan den wortel.
Het meervoud aan hel enkelvoud met achtervoeging van t,
LES 22.
over de telwoorden en bijwoorden.
De telwoorden dienen om de hoeveelheid der dingen uit te drukken.
Deze hoeveelheid kan op tweederlei wijs worden aangeduid : bepaald en
onbepaald of algemeen,