Boekgegevens
Titel: Handleiding bij het onderwijs in de Nederlandsche taal
Auteur: Bijl, P.; Andriessen, P.J.
Uitgave: Amsterdam: J.D. Sybrandi, 1865
4e dr. nagezien en verm.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2709
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202642
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Linguïstiek, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding bij het onderwijs in de Nederlandsche taal
Vorige scan Volgende scanScanned page
15
1, Die alleen in den onvolm. veil. lijd veranderen; als slapen, sliqi,
geslapeti.
2, Die waarin de onvolm. verl. tijd en Ijcl verleden deelw. denzelfden
klinker hebben;. als: schrijven, schreef, geschreven.
3, Die, waarin de onbep. wijs, de onvolm. verl. tijd en het verl.deelw.
ieder een verschillenden klinker hebben; als: spreken, sprak, gesproken.
Gelijkvloeijende zijn die, welke in dc vervoeging geene verandering
van wortelklinker ondergaan; zij nemen in den onvolmaakt verledenen
lijd te of de aan, en in hel verleden deelwoord t of d; als: drukken,
drukte, gedrukte; rekenen, rekende, gerekend, enz.
De werkwoorden wier worielmedeklinker een zachte letter is, nemen
dc, die wier worlelmedeklinker eene h;irde leller is, te aan ; bijv. leren
leefde, slra//^en, stiajte, reiden, reisde, passen, paste.
Harde leilcrs zijn ch, ƒ, k, s, t; de andere zijn zachle.
Onregelmalige zijn die, welke in de vervoeging in een of ander
opzigt van den gewonen regel afwijken ; als: slaan, gaan, staan, doen,
zien, koopen, denken, moeten, mogen, eten, kunnen, komen, denken.
Deze regelen zijn:
l. De derde persoon van den legenwoordigen tijd der aantoonende wijs
moet altijd eene t hebben,
2« Een werkw. mag geen vreemden medeklinker aannemen.
De eenletlergrepige, benevens de hulp- en hulpbehoevende werk-
woorden zijn alle onregelmatig.
De hulpwerkwoorden dienen om de andere werkwoorden in hei-
gene aan hun vorm en tijden ontbreekt, te hulp te komen. Zij zijn :
hebben, zijn, zullen en u-orden.
De hulpbehoevende werkw. zijn die welke zonder bijvoeging van een
ander werkwoord, geen goeden zin vormen. Zij zijn , uHlen, durven,
moeten, kunnen, mogen, doen en laten.
Elk werkwoord heeft twee deelwoorden, namelijk een tegenwoordig
of bedrijvend en een verleden of lijdend deelwoord. Zij worden deel-
woorden genoemd, omdat zij de eigenschappen van een werkw. met
die van een bijv. naamw. deelen j h\\\, zingende, gezongen, de zingende
vogel, het gezongen lied»
LES 17.
vervolg der werkwoorden.
De werkwoorden worden volgens hunne beteekenis verdeeld [ in vijf
soorten; als:
1. Bedrijvende, 2. Lijdende, 3. Onzijdige, 4. Wederkeerende en 5.
Onpersoonlijke werkwoorden.
Bedrijvende werkwoorden zijn die, waarvan de handeling of werking
op een ander voorwerp overgaat; ik zie, wien? uwen broeder. Men kan
er altijd iemand ol ie/s hij plaatsen.
Dfi lijdende werkwoorden duiden aan, dal hel onderweri) of dc eerste