Boekgegevens
Titel: Beknopte schets van de gronden der Nederlandsche taal: in vragen en antwoorden, ten dienste der lagere scholen
Auteur: Backer, H.G. de
Uitgave: Tiel: wed. D.R. van Wermeskerken, 1854 *
2e, verm. en verb. uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2012
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202584
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte schets van de gronden der Nederlandsche taal: in vragen en antwoorden, ten dienste der lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
21
V. Wat is er, omtrent het werkwoord zijn, aan te
merken?
A. Omtrent het werkwoord zijn is aan te merken,
dat het het bestaan der dingen uitdrukt; het wordt
daarom zelfstandig werkwoord genoemd, b. v. de man
werkt, beteekent zooveel als de man is werkende.
V. Wat verstaat men door den wortel van een werk-
woord ?
A. Door den wortel van een werkwoord verstaat men
dat gedeelte van een werkwoord, dat er overblijft, als
men ev Am uitgang, alsmede het woraoejfsei, indien
er een voorkomt, afneemt, b. v. van de werkwoor-
den fluiten en, en van verbeteren ver en eren afne-
mende, blijven er de woorden/Zwï en als de worte/ï
dier werkwoorden, over.
V. Wat verstaat men door den wortelmedeklinker van
een werkwoord?
A. Door den wortelmedeklinker van een werkwoord
verstaat men de laatste medeklinker van den wortel des
werkwoords, zoo is, b. v. k, de wortelmedeklinker van
het woord week, dat de wortel van het iverkwoord wee-
ken is.
ZESTIENDE LES.
V. Hoe verdeelt men de werkwoorden, ten opzigte
der vervoeging?
A. Men verdeelt de werkiooorden, ten opzigte der
vervoeging, in drie soorten, als: gelijkvloeijende, on-
gelijkvloeijende en onregelmatige werkiooorden.
V. Wat zijn gelijkvloeijende werkwoorden?
A. Gelijkvloeijende werkwoorden zijn zulke, wier
wortelklinker niet verandert, en waarvan de verledene