Boekgegevens
Titel: Beknopte schets van de gronden der Nederlandsche taal: in vragen en antwoorden, ten dienste der lagere scholen
Auteur: Backer, H.G. de
Uitgave: Tiel: wed. D.R. van Wermeskerken, 1854 *
2e, verm. en verb. uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2012
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202584
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte schets van de gronden der Nederlandsche taal: in vragen en antwoorden, ten dienste der lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
17
den, en welke dienen , om de personen of zaken nog na-
der te bepalen , dan zulks door de lidivoorden kan ge-
schieden.
V. In hoe vele soorten verdeelt men de voornaam-
woorden?
A. Men verdeelt de voornaamwoorden in zes soor-
ten, als: persoonlijke, wederkeerende, bezittelijke,
vragende, aanwijzende en betrekkelijke voornaam-
woorden.
V. Waartoe dienen de persoonlijke voornaamwoor-
den ?
A. De persoonlijke voornaamwoorden dienen alleen,
om de plaats der zelfstandige naamwoorden tc vervul-
len.
V. Welke zijn de persoonlijke voornaamwoorden?
A. De persoonlijke voornaamwoorden zijn voor het
enkelvoud: ik, gij, hij, zij, het, men, iemand, nie-
mand, en voor het meervoud: wij, gij en zij.
V. Hoe verbuigt men de persoonlijke voornaamicoor-
den: ik, gij, hij, zij en het ?
A. Men verbuigt de persoonlijke voornaamwoorden :
ik, gij, hij, zij en het, op deze wijze :
Mannel. Vrouwel. Omijd.
1« pers. 2« pers. 3« pers. 3e pers. 3 « pers
1. Ik. 1. Gij. 1. Hij. 1. Zij. 1. UeU
2. mijns. 2. uws. 2. zijns. 2. Iiarer. 2. zijns.
3. mij. 3. u. 3. liem. 3. haar. 3. liet.
4. mij. 4. u. 4. Iiem. 4. haar. 4- het.
Meervoudig.
l. Wij. 1. Gij. 1. Zij. 1. Zij. 1. Zij.
2. onzer. 2. uwer. 2. hunner. 2. harer. 2. hunner.
3. ons. 3. u. 3. liun. 3. haar. 3. hun.
4. ons. 4. u. . hen. 4. liaar. 4. Iien.