Boekgegevens
Titel: Beknopte schets van de gronden der Nederlandsche taal: in vragen en antwoorden, ten dienste der lagere scholen
Auteur: Backer, H.G. de
Uitgave: Tiel: wed. D.R. van Wermeskerken, 1854 *
2e, verm. en verb. uitg
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2012
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202584
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Beknopte schets van de gronden der Nederlandsche taal: in vragen en antwoorden, ten dienste der lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
A. Een zelfstandig naamwoord staat in den vierden
naamval^ wanneer het als voorwerp eener handeling
voorkomt, als: de meester schrijft den brief; jon-
geling ! besteed den tijd wel, enz. ("*),
ZEVENDE LES.
V. Waartoe dienen de lidwoorden?
A. De lidwoorden dienen, om de zelfstandige naam-
woorden meer of minder bepaald aan te duiden.
F. Hoe vele soorten van lidwoorden zijn er?
A, Er zijn twee soorten van lidwoorden: bepalende
en 7iiet bepalende.
Y, Welke zijn de bepalende lidtvoorden?
A. De bepalende lidwoorden zijn de voor het manne-
lijke en vrouwelijke, en het voor het onzijdige geslacht.
F. Hoe verbuigt men die lidwoorden^
A. Men verbuigt die lidwoorden op deze wijze:
ManneL Enkelv^ Vrouicel. Enkdv, Onzijdig Enkdv,
1. De. 1. Dc. 1. liet.
2. des. 2. der. 2. des.
3. den. 3. der. 3. liet.
4. den. 4. de. 4. het.
Meerv. Meerv, Meerv
1. De. 1. De. 1. De.
2. der. 2. der. 2. der.
3. don. 3. der. 3. den.
4. de 4. de. 4. de.
V. Welke zijn de niet bepalende lidwoorden?
A. Dc niet bepalende lidwoorden, die eene zaak algc-
(*) Ofschoon de 2de en 3de naamval ook wel door de voorzet-
sels van, aan en voor gevormd worden, zoo staan evenwel de
zelfstandige naamwoorden, waaraan zij behooren, mede in den 4den
naamval.