Boekgegevens
Titel: De vriend der katholieke jeugd: een leesboekje voor de scholen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: Ter drukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1879
11e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9290
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202300
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vriend der katholieke jeugd: een leesboekje voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
66
sloeg lien met stokken; maar alles was tevergeefs;
niet dan met het grootste geweld werden zij van hen
losgescheurd. Alle middelen werden vervolgens aan-
gewend , om hen tot afval te brengen ; men liet hen
opsluiten , den bittersten honger lijden en op ver-
schillende wijzen pijnigen, ten einde hen daardoor
over te halen, om in de kerken der ongeloovigen te
zingen. O, wie zou bij zulke verschrikkelijke smarten
nog standvastig kunnen blijven ! roept gij misschien
uit; doch bedenkt, lieve kinderen, dat God al diegenen
ondersteunt, die Hem getrouw willen blijven en
zijnen bijstand afsmeeken. De jeugdige knapen bleven
dan ook volstrekt alles weigeren , wat maar in het
minst strijdig was met hun heilig geloof. Bij iedere
foltering, die men hun aandeed, riepen zij met stand-
vastigheid : „Gij kunt ons lichaam verscheuren, ja zelfs
dooden; maar nimmer zult gij ons overhalen, om ons
heilig geloof te verloochenen; nimmer zullen wij aan de
beloften van ons H. Doopsel ontrouw worden !" O , die
jeugdige helden, hoe aangenaam werden zij daardoor
aan God ! Reeds hier op aarde mochten zij de over-
winning behalen; want toen men eindelijk alles te-
vergeefs had aangewend, om hen tot afval te bren-
gen , zag men zich genoodzaakt hen weder in vrij-
heid te stellen. De jeugdige knapen besloten nu
nimmer van elkander te scheiden; zij-gingen bij elkan-
der wonen, en leefden in eendracht en liefde te zamen.
Dikwijls zongen zij gemeenschappelijk liederen tot lof
van den goeden God , wien zij bij hun Doopsel be-