Boekgegevens
Titel: De vriend der katholieke jeugd: een leesboekje voor de scholen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: Ter drukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1879
11e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9290
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202300
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vriend der katholieke jeugd: een leesboekje voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
45
Het vellen der boomen gaat zeer vlug , gelijk
men ook wel merken kan aan de groote hoeveel-
heid boomen, die men soms door deze dieren
afgeknaagd vindt. Boompjes, welker stam niet
dikker is dan een stok , bijlen zij in eens door ,
zoo effen en glad, alsof ze met een snoeimes
waren afgesneden. Van groolere boomen knagen
zij eerst den bast af, en daarna hel hout, tot-
dat de boom moet vallen ; de spaanders, die zij
met ongeloofelijke snelheid afbijten, werpen zij
met de voorpooten telkens op zijde. Door het
gedurig knagen slijten hunne tanden ; doch de
goede God , die elk dier juist geschikt maakt
voor de leefwijze , waartoe het bestemd is, zorgt,
dat die tanden weder aangroeien naarmate zij
afslijten, zoodat zij altijd omtrent even groot blijven.
Het hout laten de bevers met den stroom af-
drijven , en sturen hel al zwemmende naar de
plaats, waar de dam en de woningen moeten
worden gemaakt. Hier plaatsen zij nu eerst de
zwaarste boomstammen in de behoorlijke richting,
schuiven er de anderen schuin overheen , brengen
er verder takken, leem , slijk en steenen op,
kloppen alles herhaaldelijk met den staart vast,
en gaan daarmede voort, totdat de dam hoog
en breed genoeg is en geen water meer doorlaat.
Hel leem , hel slijk en de steenen graven zij meest