Boekgegevens
Titel: De vriend der katholieke jeugd: een leesboekje voor de scholen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: Ter drukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1879
11e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9290
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202300
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vriend der katholieke jeugd: een leesboekje voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
43
beelden geven bij ons Ie lande de bijen en de
mieren; in andere streken, vooral in Noord-Amerika,
heeft men een dergelijk voorl)eeld in de bevers
en in de geseliikte woningen, die zij met ver-
eenigde krachten welen te bouwen.
Bevers^ zegt gij, wat zijn dat voor dieren?
Misschien denkt gij aan rillen cn beven, maar dan
zijl ge mis; daar komt de naam niet vandaan.
Waarom die dieren eigenlijk zoo heelen, welen
de geleerden nog niet recht ; nu , dat komt er
ook minder op aan.
De bever is een van die dieren, die in het
water en op het land kunnen leven, maar hij is
het liefst in bet water. Volwassen kan hij ruim
een halve manslengte groot zijn , den staart niet
meegerekend , die nagenoeg een voet lang , half
zoo breed, plat, en groolentleels met blauwach-
tige schubben bedekl is
hel overige van het
dier is mei lang, zacht en glanzend haar be-
groeid. De kop is klein; de muil heeft een sterk
gebit, en vooral de vier snijtanden zijn groot en
scherp; het lijf is dik en ineengedrongen, de
poolen kort en de achlerpoolen met zwemvliezen
voorzien. By hel zwemmen gebruikt hy ook zijn
staart tot roer en tot riem. Op het land is hij
traag, maar op het waler kunnen hem de beste
roeiers nauwelijks bijhouden.