Boekgegevens
Titel: De vriend der katholieke jeugd: een leesboekje voor de scholen
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Tilburg: Ter drukkerij van het R.K. Jongens-Weeshuis, 1879
11e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9290
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202300
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen
Trefwoord: Lezen, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De vriend der katholieke jeugd: een leesboekje voor de scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
10
3® LES.
wie had Eduard gered ?
Ik ben nooit alleen, en dus behoef ik ook voor
niets te vreezen, zeide de kleine Eduard dikwijls,
nadal hij een versje uil De Goede Kinderen ge-
leerd had. En welk versje had hij dan geleerd ?
O , dit kunt gij wel denken: hel was het versje,
waarin staat, dat onze Engelbewaarder altijd bij
ons is.
Hieraan dacht hij dikwijls , als hij alleen was ,
en dan verheugde hij zich, dat zijn heilige Engel-
bewaarder altijd zoo goed voor hem zorgt.
Eduard bedankte dan ook alle dagen zijnen
Engelbewaarder, 'en verzocht hem zeer dikwijls
om zijnen bijstand. Hoort eens, wat Eduard eens
tegen zijne zuster zeide: «Al kan ik mijnen
Engelbewaarder niet zien, hij ziet mij toch altijd
en beschermt mij zoo liefderijk; ik wil hem daar-
voor dikwijls bedanken en nooit iets doen , waar-
door ik hem bedroeven kan."
Dat was braaf van Eduard, niet waar ? Mochten
wij hem toch allen navolgen, hoe gelukkig zouden
wij dan zijn , en hoezeer zouden wij dan door
onzen Engelbewaarder bemind worden.
Wat Eduard tot zijne zuster zeide, dal deed
hij ook getrouw.