Boekgegevens
Titel: Leerboek der algebra
Deel: I
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1893
7e verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9042
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202232
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algebra
Vorige scan Volgende scanScanned page
iwpppwpi^
B.v. 7a, waarin 7 de coëfficiënt is van a;
5pq, waarin 5 de coëfficiënt is van jjq;
, waarin de coëfficiënt is van P;
waarin 0,4 de coëfficiënt is van a^bd'^.
Komt in een produkt geen factor voor, die met behulp van cij-
fers wordt voorgesteld, dan beschouwt men 1 als coëfficiënt. Evenzoo
bij een getal, dat door één letter wordt voorgesteld.
Produkten, die alleen in coëfficiënt of die in het geheel niet ver-
schillen, noemt men gelijksoortige getallen.
B.v. la en Sr/,
6a; en %x.
en Id^'e.
Produkten, die niet geheel dezelfde letterfactoren hebben, noemt
men ongelijksoortig.
§ 2. Vraagstukken. 1'. Bereken a', als a == 3.
2'. Bereken 5« X 3« — 4a; + y — 2z,
als « = 2, è = 3, a; = 4, // = 6, en z = \.
3'. Bereken Id^b + 5ac — a'^ a\s a — -i, b = 1,5 en c = 0,25.
4'. Wat is grooter, a of a'^?
5'. Wat is grooter, p of px?
6^ Geef 3 gelijksoortige getallen op.
T. Bereken la'^ + 6 ; c, als « = 4, 6 = 6 en c = 12.
8'. Druk, even als in § 1 ten aanzien van een eigenschap der
vermenigvuldiging is gedaan, met behulp van teekens uit de eigen-
schap : Als een getal achtereenvolgens moet verminderd worden
met eenige andere getallen, kan men de uitkomst ook verkrijgen,
door dat getal met de som der andere getallen te verminderen.
9'. Evenzoo de eigenschap: In een gedurig produkt van drie
factoren mag men den tweeden factor verwisselen met den derden.
10" Evenzoo de eigenschap: Als een verschil met een zeker
getal moet vermenigvuldigd worden, kan men de uitkomst ook ver-
krijgen , door aftrektal en aftrekker beide met den vermenigvuldiger
te vermenigvuldigen en het eerste produkt te verminderen met het
tweede.
Volgens welke eigenschap mag men schrijven?
11'. py{a + b + c)=pXa+pXb+pXc.
12'. a — b + c — d + e + f~g = a + c + e + f~{b + d + g).
13'. Wat is grooter, p* of jj®?
14". Volgens welke eigenschap uit de rekenk. is 3« -(- 4a = 7«?