Boekgegevens
Titel: Leerboek der algebra
Deel: I
Auteur: Versluys, J.
Uitgave: Amsterdam: W. Versluys, 1893
7e verm. dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 9042
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202232
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leerboek der algebra
Vorige scan Volgende scanScanned page
\
17
§ 20. Door de eigenschap der vorige § wordt elke aftrekking
van twee stelkundige vormen teruggebracht tot een optelling. Daar
men den tegengestelden van een veelterm krijgt, door aan alle
termen het tegengestelde teeken te geven, zoo trekt men een veel-
term af van een anderen vorm (eentermig of veeltermig), door alle
termen van den aftrekker, met het tegengestelde teeken genomen, op
te tellen bij het aftrektal. B.v.
-f — c — (-f- a — è + 3c — 6) = + 7è — c — a + 6 — 3c + 6,
Vraagstukken. 1. Wat is het tegengestelde getal van +15?
2. Wat is het tegengestelde getal van — 2,3 ?
3. « , . , —
■l- V „ « ,, „ + X + y7
5. „ „ „ „ „ , + 4 + 5a^ — 7a' + a*.
6. Herleid + 5 — (-f 7). 7. — 13 — (+ 16).
8. (+ 4) - (- 6). 9. + 8 - (+ 13).
10. (-7)-(-4,2). 11. (+7,4).
12. — 4a — (+ 5a). 13. (+ lx) — (+ x)
14. _ 8p' - (- 5p\ 15. - x'y - (- Sx'y).
16. —p — (+ a). 17. + — (— x).
18. (- 15) ~ (- 7a). 19. + Ip^q - (+ ^pf).
20. Geldt ook in de algebra de eigenschap: dat men het verschil
van twee getallen kan krijgen, door beide in deelen te splitsen,
elk deel van den aftrekker af te trekken van een der deelen van
het aftrektal en vervolgens de overgebleven deelen samen te voegen?
21. (+ 15,5aw —6,456jo) —(+ 1 l,25flw — 4,216j5).
22. (+ 8a — 46 + 6c — M) — (+ 5a — 26 + 3c — ld).
23. (— 4a'' + 5a2 _ 7a + 4) — (+ a' — 4a^ + 3a — 6).
24. (+ 3/j' - Ap\ + bpf + q^) — (+ + — öpg'^ — 2»).
25. + 5a' — Aa% — 6a6^ + 6^ — (+ a» — 7a'6 + 2a6» — 56»).
26. {-^a-b-c)-{+d-e-f-]-g).
27. Schrijf zonder haakjes +(—— ^ + 5)-
28. „ „ „ _(_5a' + 3a'^-a + 6).
§ 21. Wanneer men achtereenvolgens eenige stelkundige vormen
moet optellen en aftrekken, dan moet men achtereenvolgens alle
aftrekkers in tegengestelden toestand nemen, om ze vervolgens op
te tellen. Men kan dus terstond alle aftrekkers in tegengestelden
toestand nemen en ze bjj de overige vormen optellen. In plaats
van de verschillende optellingen en aftrekkingen, telkens van 2 stel-
kundige vormen, heeft men dus een enkele optelling van een grooter
aantal stelkundige vormen.
J. Vehsluys, Algebra, I. 2