Boekgegevens
Titel: Eerste beginselen der Hollandsche spraakkunst: voorgesteld in vragen en antwoorden: ten dienste der scholen
Auteur: Vermeij, Albertus
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1820
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8926
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202188
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste beginselen der Hollandsche spraakkunst: voorgesteld in vragen en antwoorden: ten dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Hoïïanifcht SpraakkumU
lioUmdfche, bijvoegelijk naamwoord.
Taal, gem. zelfft. naamw., vrouwelijk, cikclv.7
2. naamval.
■Eni voegwoord.
^ In, voorzetfel.
Alles, algemeen telwoord.
Wat, betrekkelijk voornaamwoord.
Strekken, gelijkvloeijend werkwoord, onbepaail«
de wijs.
Kan, werkwoord, äant. wijs, tegenw. tijd, 3.
perf., enk.
Om, voegwoord.
Tot, voorzetfcl.
Kundige, 1 ^ijyoeggiijife naamwoorden.
Erave, i '
En, voegwoord.
Nuttige, bijvoegelijk naamwoord.
Leden, gem. zelfft. naamw., onz. geflacht,
meerv., 4. naamval.
Ber, verbogen lidwoord.
Zamenleving, gem. zelfft. naamw., vrouv/. ge-
dacht, enkelv., a. naamval.
Te, voegwoord.
Worden, hulpwerkwoord, onbepaalde v/ijs.
Vtorhertid, verleden deelwoord van het vfok-
*!00rd veorhräden.
EINDE.