Boekgegevens
Titel: Eerste beginselen der Hollandsche spraakkunst: voorgesteld in vragen en antwoorden: ten dienste der scholen
Auteur: Vermeij, Albertus
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1820
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8926
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202188
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste beginselen der Hollandsche spraakkunst: voorgesteld in vragen en antwoorden: ten dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
43 Eerjis, heginfelen der.
5. Vr. Waarom? . ,
A. Omdat het woord leermeester in dea derdefi
haamval voorlcomt, en daarom moet men nies
zeggen mijn maar mijmn leermeester.
6. Vr. Het woord genoege?
A. Daar moet nog eenë n achter, omdat meö
in het meervoud fchrijfr genoegens niet genóeges^
7. Vr. Ik woorden en daarom ?
A. Zijn beide gaed."
8. Vr. Het woord houd, is dat ook goed?
A. Neen, daar moet nog eene t achter.
9. Vr. Waarom?
A. Omdat dit woord een werkwoord is, en iri
de aantoonende wijs, tegenwoordigen tijd ea in
den 3den perfoon ftaat.
10. Vr. Moet er daarom eene t achter?
A. Ja, in den tegenw. tijd van de aantoonende
wijs fchrijft men altijd in het enkelv. van den
aden en sden perfoon eene t achter aan, maar
dit gefchiedt in den onvolm. vcrl. tijd van de aan-
toonende wijs in den sden perfoon niet, omdat
n'cn dan ook hij gaft zou moeten fchrijven ia
plaats van hij gaf.
11. Vr. Maar waarom juist houdt, met eene
d; waarom niet liever hout, zoo als men ook
zegt hij begint — en niet hij begindt?
A. Omdat men in de onbepaalde wijs fchrijft
Uuden met eene </, en niet befinden, maar begin-
tien, zonder d. 12. Vr.