Boekgegevens
Titel: Eerste beginselen der Hollandsche spraakkunst: voorgesteld in vragen en antwoorden: ten dienste der scholen
Auteur: Vermeij, Albertus
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1820
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8926
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202188
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste beginselen der Hollandsche spraakkunst: voorgesteld in vragen en antwoorden: ten dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
46
Eerjis, heginfelen der.
6. Vi\ JVclk onderfchcld is er in de morden
figt en licht ?
A. Ligt is Jets dat niet zwaar\ 'en licht is
iets dat niet donker is.
7. Vr. ïs hét zoo^ dat ??ten in fommige mor-
den twee 0 en twee e, en in andere maar éénc
0 en 'éérie e moet gebruiken?
A. ja dii: is zoo, en men fpelt alzoo de woor-
cien gelooven,^ hoornen^ flroomen noodig^ loopen ^^
en eene men.igte andere niet twee b; ddarentegeri
de woorden pogen ^ wonen ^ koken ^ zonen enz#
filet déne 0.
Zoo ook fchrijfc ni^n met twee e de woordell
heenen^ ßeenen^ deele?i\ enz. maar de woordeii
wreken^ regeren^ nemen enz. met eene
8. Vr. Waar van komt dat?
A. Dat konit, omdat de 0 en de fomtijds
een fcherp-lang en ook fomtijds een zacht-lang
geluid hebben, hetwelk men bij het ultfprekcri
der wooi'dcn, waarin dezelve Voorkomch, ohtdek-
ken kan.
9. Vr. Maar kan men dat ethijd duidelijk mi^
dekken ?
A. Dit is zeker voor velen moeijelijk, ftia^r
het gebruik moet ons hierin te hulp komen, en
men kan het van alle woordeJi ook vinden in het
woordenboek vóór de fpeiling, mede door de«
Hooglea-aar siegenceek in het liirln gegeven'.' .
io: tk