Boekgegevens
Titel: Eerste beginselen der Hollandsche spraakkunst: voorgesteld in vragen en antwoorden: ten dienste der scholen
Auteur: Vermeij, Albertus
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1820
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8926
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202188
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste beginselen der Hollandsche spraakkunst: voorgesteld in vragen en antwoorden: ten dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Holland/ehe Spraakhm^t.
43
lg. Vr. TFat TusCdienwerpfels?
Ä. Deze drukken eene aangename of • onaan-
gename gewaarsvording uit. . \
19. Vr. Hoe worden zij verdeeld?
A. In inwendige en uitwendige.
40, Vi'. Wat zijn inwendige?
A. Die men noemt, wanneer men iemand: roe^pt,
of ab men fclnikt, of zich iüiielijk verheugL
21. Vr. Noem er eens eenigiC:;,
A. 0/ hei! ha! . \
aa. Vr. wat zijn uitwendige? -
A. Die men gebruikt, wanneer men., iets na-
bootst, bij vborbeekl: klom gisteren een jongen
in eenen bporn ^ cn naauw(Iij.h was hij er in^
of bons daar viel hij. Het woord iti}^s is dus
een uitwendig tusfchenwerpfel.
, ACHTTIENDE LES.
I . Vr. Is dit woord achf^tiende wel goed ^ge'J^eld?
A. Ja, voorheen fchreef men agt, wanneer
het een getal was, en acht als htt van het
werkwoord achten kwam, maar dit houdt nu
op; in alle gevallen Ichrijft men nu ac/tt; bij
voorbeelJ: ik hek acht diiiten. — ik acht u
■hoog enz.
2. Vr. In welke woorden moet men de kt ter g
gebnaken P
A.