Boekgegevens
Titel: Eerste beginselen der Hollandsche spraakkunst: voorgesteld in vragen en antwoorden: ten dienste der scholen
Auteur: Vermeij, Albertus
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1820
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8926
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202188
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste beginselen der Hollandsche spraakkunst: voorgesteld in vragen en antwoorden: ten dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Hollandfclie Spraakkunst.
19
2, Vr. Nu nog eens,
fnceuwen.
Aantoonende wijs.
Tegev/oordige tijd.^
Het fueeiiwt.
^ Onvobn. verl. tijd.^
Het fneeuwde.
P'olm. verl. tijd^
Het lieeft gefneenwd.
Meer dan volm. tijdx
Het had gefneeuwd.
Toekomende tijd,^
Het zal fneeuwen.
het onperjoonlijke mrkmtrd
A..
Aanvoegende vjijs..
Tegenwoordige tijd.
Oiodat het theeuwe.
Onvolm.. verl. tijd-
Pat het fneeuwde.
Onvolm. tijd..
Ipifit het zoude fneeuwen,.
Beeh'oorden._
Sjjeeuwend^-
en.
CJefneeuwd.
ZEVENTIENDE L E, S..
1. Vr. IVat zijn Telwoorden?-
A. Dat zijn woorden, die eene hoeveelheid'
te kennen geven.
2. Vr, Hofi verdeelt men dezelve?^
A. In twee foorten, te weten, in hoofdge-t
tallen en in algemeene tthvooixlen. y
3. Vr. Noem eens eenige hoofdgetallen,
A. Vijf, tien, twintig, honderd, enz.
4. Vr. Nu eens. eenige algenjeene telwoorden.
C 4 A,