Boekgegevens
Titel: Eerste beginselen der Hollandsche spraakkunst: voorgesteld in vragen en antwoorden: ten dienste der scholen
Auteur: Vermeij, Albertus
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1820
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8926
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202188
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste beginselen der Hollandsche spraakkunst: voorgesteld in vragen en antwoorden: ten dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
fiS Eerfle heginfelen der
eene t; maar de verledene deelwoorden van de
engelijkvheijende werkwoorden eindigen op 'en.
5. Vr. Maar het verledene deelwoord gebakken
homt toch van het werkwoord bakken: is dit
•werkwoord dan ook ongelijkvloeijend? zoo ja,
dan moet men ook. zeggen: ik bak, ik biek,
enz.?
A. Nu niet meer; dit woord is, gelijk vele
anderen, door het gebruk als gelijkvlocijend ver-
voegd; zoo dat men nu niet meer hoort zeggen:
ik biek maar ik bakte,
6. Vr. Maar de werkwoorden brengen , zoeken
en ftaan, zijn dat gelijkvloeijende of ongdijk-
vloeijende werkwoorden ?
A. Geen ran beiden; dit zijn onregelmatige
•werkwoorden.
7. Vr. Wat zijn onregelmatige werkwoorden?
A. Dat zijn de zoodanige, die niet gelijk an-
dere werkwoorden worden vervoegd, maar daar-
in van den gewonen regel ahvijken.
8. Vr. Helder dit eens met voorheelden op?
A. Zoo vervoegt men het cmregelmatige werk-
woord brengen: ik breng, ik bragt, ik heb ge-
Iragt, niet ik heb gebrengen. Het werkwoord
zoeken: ik zoek, ik zocht, ik heb gezocht, niet
ik heb gezoeken. Het onregelmatige werkwoord
fiaan vervoegt men weder op eene andere
wijs, namelijk: ik flä, ik floni, ikheb geßaan,
niet