Boekgegevens
Titel: Eerste beginselen der Hollandsche spraakkunst: voorgesteld in vragen en antwoorden: ten dienste der scholen
Auteur: Vermeij, Albertus
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1820
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8926
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202188
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste beginselen der Hollandsche spraakkunst: voorgesteld in vragen en antwoorden: ten dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Eerfte hrginfelen der -
10. Vr, Kajy de werking hiervan nu niet op een
ander voorwerp overgaan?
A, Neen ; want men kan niet zeggen: ik ftaap
u, ik zit u, of ik cijfer u,
11. Vr. Z^eg mij nu eens, welk onderfcheid is
er tusfcl}cn een bedrijvend en een onzijdig werk-
woord ?
A. Een bedrijvend werkwoord gaat op een
ander voorwerp over, en een onzijdig werk-
woord niet.
I». Vr. Wat zijn wederkeerige werky^onrden?
A. Dat zijn' werkwoorden waarvan de werkjns
op den werker terug gaat,
13. Vr Hoem er eens wat?
A. Zich j'chamen^ zich haasten., zich vergis^
fen.y enz.
14. Vr. Wat zijn onperfoonlijke werkwoorden?
A. Dat zijn de zoodanige, die alleen in den
derden perfoon vervoegd worden.
15. Vr, iSJoem er eem ec?nge?
A. Waaijen, vriezen, fneeuwen, herouwen, enz,
16. Vr. Kunnen die alleen in den derden per-
foon vervoegd worden?
A. Ja, want men kan niet zegden: ik waal.,
of gij vriest^ maar alleen het waait^ het vriest
enz,
TIEN.