Boekgegevens
Titel: Eerste beginselen der Hollandsche spraakkunst: voorgesteld in vragen en antwoorden: ten dienste der scholen
Auteur: Vermeij, Albertus
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1820
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8926
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202188
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste beginselen der Hollandsche spraakkunst: voorgesteld in vragen en antwoorden: ten dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
\
16 Eerfle heginfckn der ^
■■ 9. Vr, Wanneer ftaat een zelfflandig naan>
%*Qord in den derden naamval?
A. Als het voorkomt als het doel der wer-
king, bij voorbeeld: ^geef dit boek aan men
vriend; nu ftaat vriend in den derden naamval.
lOi Vr. En wanneer ftaat een zelfftandig naam^
mord in den vierden naamval?
A. Als het vöorkomt aio het voorwerp van
werking, bij voorbeeld: ik zie den man. —
Hier komt nu de man voor als het voorwerp
waarop men werkt, en ftaat dus in den vierden
naamval.
II. Vr. Is er ook 7iog een ander hulpmiddel
cm te weten in welken naamval ten zelffiandig
'yiaamwoord ftaat?
A. Ja, en dit gaat in de meeste gevallen door,
te weten: als men in plaats van het zelfftandige
naamwoord hij kan zetten, ftaat het in den eer-
ilen; v,an hem., in den tweeden; aan hem^ in
den derden; en hem ^ in den vierden naamval.
xa. Vr. Dat begrijp ik niet wel — hdder dit
fens met een voorbeeld'op?<
A. Als ik zeg de man heeft mij gefproken,
dan kan ik ook zeggen; hij heeft mij gefpro-
ken ; fnan ftaat dus in den eerftcn naamval; en
ais ik zeg: dit is het boek van den man., dan
|;au ik ook peggen dit js het boek van hem; man
ftaat