Boekgegevens
Titel: Eerste beginselen der Hollandsche spraakkunst: voorgesteld in vragen en antwoorden: ten dienste der scholen
Auteur: Vermeij, Albertus
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1820
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8926
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202188
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste beginselen der Hollandsche spraakkunst: voorgesteld in vragen en antwoorden: ten dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
la' Eerßc heginfelen der
kind zetten en zegden des Itnds ^ maar daaröm
is toch het w.oord kind rjiet^mannelijk*
4. Vr. Wat dan?
A. Het, woord kind is onzijdig.
5, Vr. Hm wet ik dat?
A. Omdat men er het woord het voor kan
zetten en zeggen het kind.
■ Vr, Is dan het woerd meisje ook onzijdig?
A. Ja; want men zegt het meisje^
7. Vr. Wclko worden zijn nu nog van het
$nzi'dige geflacht ?
A. De woorden gcld^ hout^ '^uur^ fihip^
faard^ huis en met één woord al de woorden
daar men het voor kan zetten.
8. Vr.' ISocm mij nu nog etns eenige morden
van htt mamelijke geflacht ?
A. Albertus^ Wataer^ Christiaan^ Matihijs^
Pietcr enz.
9. Vr. Nog eenige? ' ■): ■ \
A, Timmerman^ ti/inman, met/daar^ fchiïder
enzi
10. Vr. Nog eenige?
A. Rijkdom^ vijand^ vriend^ tempel enz^
11. Vr, Noem mij nu etns eerage morden van
het vrouwelijke geflacht?
A. Alle namen van vroinven zijn vrouwelijk.
IG. Vr. Noem mij er dan eens eenige?
A. Anmite, Margaretha ^ 3 ohatma, Alt da,
Elizabeth. 13- Vr.