Boekgegevens
Titel: Eerste beginselen der Hollandsche spraakkunst: voorgesteld in vragen en antwoorden: ten dienste der scholen
Auteur: Vermeij, Albertus
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1820
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8926
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202188
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste beginselen der Hollandsche spraakkunst: voorgesteld in vragen en antwoorden: ten dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
ÏJolIandJche ^rmkkumt. jfl

A. Ja,' rij kunnen veranderd worden.
14. Vr. Hoe noemt men die verandering?
A. De verbuiging der zelfftandige naamwoor-
den.
15. Vr. Wat moet men yan de zelfßandige
mamy/oordin weten ^ ^'anneer men dezelve wit
Verbuigen ?
A. Derzclver geflacht, derzelver getal eh der-
zelver naamval.
VIERDE LES.
1. Vr. Hoe velerlei geflachten zij ft er?
A. Drie, te weten het mannelijke gedacht, het
TFOuwelijke gedacht en het onzijdige gedacht.
2. Vr. fFelke woorden zijn yan het mannelijke
gcflaciit ?
A. Die, waarvoor men het woordje des kan
zetten, maar als er ook het woordje het voor
kan gezet worden, zijn het woorden van het
onzijdige gedacht.
3. Vr. Helder dit eens met een voorbeeld op?
A. Het woord koopman,, bij voorbeeld, is man-
nelijk , ©mdat men het woordje des er voor
kan zetten, en dan wordt het des koopmans:
nu kan men ook wel het woord iles voor
kind