Boekgegevens
Titel: Eerste beginselen der Hollandsche spraakkunst: voorgesteld in vragen en antwoorden: ten dienste der scholen
Auteur: Vermeij, Albertus
Uitgave: Leyden: D. Du Mortier en zoon, 1820
5e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 8926
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202188
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Eerste beginselen der Hollandsche spraakkunst: voorgesteld in vragen en antwoorden: ten dienste der scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
So Eerjic beginfelen der
4i Vr. Wel wat ziet gij dan ?
A. Ik zie boomen, fpiegels, tafels, glazen,
iloelch, ksfenaars enz.
5. Vr. Hoe noemt men nu al die woorden?
A. Zelfllandige naamwoorden.
6. Vr. Hoe worden de zelfftandige naamwoor-
den verdeeld? <
A. In twee foorten; namelijk in eigene en al-
gemeene. ' .
7. Vr. AWm mij eens eenige eigene?
A. Die zijn de namen van menfchen, van He-
den, van rivieren, van dorpen eiiz.
8. Vr. Bij yoorbeeld?
A. Rij voorbeeld. Jan, Dirk, Pieter — dit
zijn namen van menfchen.
9. Vr. Nu wat namen van ßeden?
A. Leyden, Delft, Amßerdam, Groningen^
Leeuwarden en vele andere.
10. Vr. Nu nog wat namen van dorpen?
A. Leiderdorp, Nij kerk. Harmeien, Kokken-
gen enz.
11. Vr. Het woord Pieter, welk woord is dit nu ?
A. Een eigen zelfltandig naamwoord.
12. Vr. Best ■— en het woord Rijn?
A. Ook een eigen zelfftandig naamwoord, want
Kijn is eene rivier.
13. Vr; Kunnen de zelfflandife naamweorden
6ok veranderd worden?
A: