Boekgegevens
Titel: Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Auteur: Valkhoff, J.N.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1898
15e, herz. druk
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1037
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202104
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Vorige scan Volgende scanScanned page
124.
de haven vóór de stad. De joden en de christenen in
dit land.
111.
Men heeft vier jaargetijden. De lente is het eerste
jaargetijde. Wij zijn in de lente. De winter is ook een
der vier jaargetijden. In den zomer hebben de boomen
bladeren. Hoeveel bladen zijn er in Lotjes boek? Men
heeft dikwijls dorst in eene woestijn. Des avonds eten
wij {fious mangeons) brood en vleesch, des middags eten
wij altijd vleesch of visch. De meester heeft den ijver der
leerlingen zijner school beloond.
112.
Wien hebt gij gehad tot {pour) metgezel op {dans)
uwe reis naar (a) Parijs ? — Mijn broeder is onze metgezel
geweest. Heeft uw broeder Parijs gezien ? Franklin was
een Amerikaan, die ook te Parijs geweest is. Nelson
was geen {niet) Amerikaan, hij was (een) Engelschman.
Wien hebt gij tot metgezel gehad op uwe reis naar de
hoofdstad van Italië ? — Mijn meester, die (een) Fransch-
man is. Is haar meester (een) Franschman ? — Neen, hij
is (een) Duitscher*).
Hoeveel maanden zijt gij te Parijs geweest? — Wij
zijn een jaar te Parijs geweest. Heeft men den ijver
van haren broeder beloond? — Ja, en ook dien van
den zijnen. Waar hebt gij te Parijs gewoond {de-
meur é) ? — In een huis in de straat Rivoli {la rue de
*) Men zegt: il est Allemand, zonder lidwoord. Men kan echter ook zeggen:
c'est tin Allemand, en met c'est moet het lidwoord weldegelijk uitgedrukt worden.