Boekgegevens
Titel: Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Auteur: Valkhoff, J.N.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1898
15e, herz. druk
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1037
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202104
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Vorige scan Volgende scanScanned page
6i
2 1® November. De verjaardag van Jetjes moeder is
de vierde Mei.
89.
Uw broeder Kornelis heeft negen maanden geleefd.
Hij is den 3«" Juli gestorven. Wanneer is hij gebo-
ren? — Hij is den October geboren. Hoeveel da-
gen heeft hij geleefd? De vrouw van den generaal
heeft zestien japonnen. De dochter van den hertog,
die te Parijs is, heeft vier zijden kleedjes en twee flu-
weelen mantels. Hoeveel zijden parasols heeft zij?
Twintigste Les.
Gij zult wel geleerd hebben, dat als men in 't Nederlandsch de
voorwerpen nader wil aanwijzen dan zulks door de lidwoorden kan
geschieden, men de aanwijzende bijv. naamwoorden gebruikt.
Zeg ik een boek, dan is 't vrij onbepaald, welk boek ik meen.
Zeg ik het boek, dan weet ge wel, welk boek ik bedoel; ik meen
alsdan een boek, dat u of mij of ons beiden bekend is. Wil ik
echter het boek zeer bepaald aanwijzen, dan zeg ik dit of dat boek.
Nu toon ik 't boek als met den vinger aan. Welnu, deze woordjes
dit en dat en nog eenige meer, als deze en die, heeten bijvoeglijk
aanwijzende voornaamwoorden; aanwijzend, omdat ze de voorwerpen
aanwijzen; bijvoeglijk, omdat ze bij de naamwoorden gevoegd zijn.
Maar dat wist ge reeds, niet waar? In het Fransch heet men ze
echter: aanwijzende bijvoeglijke naamwoorden {adjectifs démonstratifs)
en zoo zullen wij ze in 't vervolg dan ook maar noemen.
Nu kan men, zooals ge ook wel weet, door middel van die aanw.
bijv. naamw. aanwijzen of de voorwerpen dicht bij ons of ver van
ons af zijn. Denk maar eens aan deze en die, aan dit of dat. In
't Fransch kan dit niet zoo gemakkelijk. Wil men 't onderscheid
toch op de eene of andere wijze uitdrukken, dan gebruikt men hier-
toe de woordjes ci of la, die men met een trait d'union of tiret
verbonden achter 't naamwoord plaatst.