Boekgegevens
Titel: Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Auteur: Valkhoff, J.N.
Uitgave: Groningen: P. Noordhoff, 1898
15e, herz. druk
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1037
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_202104
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Volledige leercursus der Fransche taal door J.N. Valkhoff
Vorige scan Volgende scanScanned page
52
weder iencoré) een zijden kleedje voor uwe mama ge-
kocht? — Ja, en ook een' fluweelen hoed.
77-
Hebt gij onzen spoorweg gezien ? Waar zijn uwe schoe-
nen en uwe kousen.? — Mijne schoenen zijn onder de
tafel en mijne kousen zijn op den stoel. De boer heeft
dertien kalveren aan onzen vriend verkocht. Uwe zuster
heeft eene zijden paraplu aan mama verkocht. Heeft
de soldaat zijnen makker gedood? Hebben uwe zusters
op {ifi) de straat gespeeld, vóór het huis van den dokter?
Zijden linten, stalen messen, lakensche mantels.
78.
Onze jager heeft nooit in het bosch van den graaf ge-
jaagd. Heeft onze vriend een been in den slag verloren ?
Heeft hij nu een houten been? — Ja, mijnheer, hij heeft nu
een houten been en een glazen oog. Bordpapieren doozen
en strooien hoeden. Zijden hoeden en fluweelen rokken.
Zijden parasols voor {pour) de kinderen der kooplieden.
Gouden armbanden voor de dochters der generaals. De
Italiaan heeft aan de boerin een' strooien hoed verkocht.
Porceleinen potten en zilveren vorken. Waar is Kareis
zilveren horloge? Waar is de zilveren snuifdoos van papa?
Zeventiende Les.
Leer 't volgende :
Ik ben, je suis. Ben ik? suis-je}
gij zijt, tu es. zijt gij ? es-tu ?
hij is, il est. is hij? est-il?
zij is, elle est. is zij ? est-elle f
men is, on est. is men ? est-on /